Jeugd en Identiteit
Opgroeien in een moderne samenleving is niet eenvoudig. Vaak gaat het goed, maar er zijn steeds meer kwetsbare kinderen die met vallen en opstaan groot worden. Het is belangrijk om te weten waarom sommige kinderen zich ontwikkelen tot zelfstandige, evenwichtige volwassenen en waarom andere kinderen dat minder goed lukt.
Bruikbare wetenschap
In het onderzoeksthema ‘Jeugd en Identiteit’ bestuderen onderzoekers uit verschillende disciplines het vraagstuk: hoe wordt de voorspoedige en niet-voorspoedige ontwikkeling van kinderen en jeugdigen bepaald door de interactie van biologische- en omgevingsfactoren? Verwacht wordt dat het multidisciplinaire onderzoek zal leiden tot: • nieuwe wetenschappelijke doorbraken;
• kennis die bruikbaar is in beleid op het gebied van jeugdzorg.
Drie onderzoeksthema’s
Binnen ‘Jeugd en Identiteit’ zijn drie onderzoeksthema’s vastgesteld.
1. Aanpassing aan een veranderende omgeving
Kinderen van nu leven in een snel veranderende omgeving. Ze ervaren veranderingen in de samenleving en daarnaast is hun persoonlijke situatie in beweging: zo leven steeds meer kinderen met gescheiden ouders. Ook hebben ze te maken met een ongekend aantal prikkels door traditionele en moderne media.
Onderzoekers stellen zich vragen als:
• welke mechanismen in het brein spelen een rol bij aanpassing aan verandering en bij reactie op prikkels?
• op welke manieren kunnen we kinderen helpen bij het maken van betekenisvolle keuzes?
• kunnen we die manieren testen en is het mogelijk om (genetische) factoren te omschrijven die bepalen hoe kinderen zich aanpassen?
2. Ontwikkeling van identiteit
Onze hedendaagse samenleving vraagt om kinderen die zich sociaal kunnen aanpassen en gemakkelijk in contact komen met anderen. Tegelijkertijd zijn kinderen volop bezig met de vorming van hun eigen identiteit. Dat is voor de meeste kinderen een grote uitdaging. Sommige kinderen ervaren obstakels bij het proces van identiteitsvorming. Bijvoorbeeld door hun culturele achtergrond of sociaal-economische situatie. Of door aangeboren kenmerken die hun sociaal-communicatieve vaardigheden beperken.
Voorbeelden van vraagstukken die belangrijk zijn voor het begrijpen van identiteitsvorming:
• hoe ontwikkelt een kind zijn of haar identiteit?
• hoe sterk is de invloed van aangeboren genetische- en persoonlijkheidskenmerken?
3. Wie loopt risico?
Een belangrijke uitdaging voor het onderzoek naar ‘Jeugd en Identiteit’ is het vaststellen van risicogroepen. Bij welke kinderen is de kans groot dat er problemen ontstaan? We weten dat zowel aangeboren factoren als invloeden vanuit de omgeving een rol spelen. Maar hoe hangen deze twee met elkaar samen? De onderzoekers houden zich bezig met vragen als:
• wat is de rol van genetische factoren?
• welke omgevingsfactoren hebben een positieve invloed en hoe kun je die stimuleren?
• hoe en wanneer kun je vaststellen welke kinderen een risico lopen?
Enkele voorbeelden van afgerond onderzoek
Disciplines
Zes faculteiten van de Universiteit Utrecht participeren in ‘Jeugd en Identiteit’: Bètawetenschappen, Geesteswetenschappen, Geneeskunde, Geowetenschappen, Recht, Economie, Bestuur- en Organisatie en Sociale Wetenschappen. Betrokken disciplines zijn onder andere ontwikkelingsbiologie, ontwikkelingspsychologie, pedagogiek, statistiek en wiskundige modellering, kinder- en jeugdpsychiatrie, neuro-imaging, linguïstiek en familierecht.
Prof. Willem Koops, universiteitshoogleraar en voormalig decaan faculteit Sociale Wetenschappen: " We werken samen met de faculteiten Geneeskunde, en ook met Geesteswetenschappen, waar men bijvoorbeeld het leren van een tweede taal onderzoekt. Hier bij Sociale Wetenschappen bestuderen we problemen van de jeugd, mensen van 0 tot 25. Om een voorbeeld te noemen: zeker 50.000 kinderen hebben te maken met kindermishandeling. Wat heeft dat voor impact. Hoe zijn die kinderen te helpen? We vergelijken de normale en de problematische ontwikkeling van jonge mensen, zodat de verschillen duidelijk worden. Daarnaast bekijken we de context: het gezin, de wijk, de school.”