Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Onderzoek

Waarom dierexperimenten?

Bij de Universiteit Utrecht en het Universitair Medisch Centrum Utrecht wordt veterinair en medisch-biologisch onderzoek uitgevoerd. Naast experimenten op basis van cel- en weefselkweektechnieken, computersimulaties en menselijke vrijwilligers, worden ook dierexperimenten uitgevoerd. Dierexperimenten helpen ons in belangrijke mate om kennis te ontwikkelen over hoe mensen (en dieren) functioneren, en dragen sterk bij aan de preventie, diagnose en behandeling van ziekten. Op zeer beperkte schaal worden proefdieren ook ingezet voor het onderwijs aan studenten en de training van medisch specialisten, onderzoekers en biotechnici.

Dierexperimenten vinden alleen plaats onder een aantal voorwaarden:

  • Er bestaat geen andere mogelijkheid om het onderzoeks- of onderwijsdoel te bereiken
  • Het maatschappelijk belang van het onderzoek is evident
  • Een gespecialiseerde commissie, de Dierexperimentencommissie (DEC), heeft getoetst of het belang van de dierproef opweegt tegen het gebruik en bijkomend ongerief van de proefdieren

Voortrekkersrol in alternatieven

Indien er dierproeven worden uitgevoerd, gebeurt dit op een verantwoorde manier. Dat betekent vooral dat er zoveel mogelijk gestreefd wordt naar vervanging, vermindering en verfijning, de zogenaamde 3 V’s van dierexperimenten.

De Universiteit Utrecht heeft een voortrekkersrol op het terrein van alternatieven voor dierexperimenten in Nederland. Al in 1983 werd in Utrecht de eerste leerstoel Proefdierkunde in Nederland ingesteld. Verder bestaat er sinds 2000 de eerste leerstoel ‘Alternatieven voor Dierproeven’ en sinds 2008 de leerstoel ‘Alternatieven voor Dierproeven in de Toxicologische Risicobeoordeling’. Alle drie de leerstoelen zijn ondergebracht bij de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Het huidige en toekomstige proefdierbeleid van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht is gericht op het stimuleren van de ontwikkeling, toepassing en acceptatie van methoden die het gebruik van (proef)dieren kunnen vervangen, verminderen en verfijnen. Hier is in Utrecht de afgelopen jaren grote winst mee geboekt: steeds meer onderzoek kan worden uitgevoerd met minder of zonder proefdieren, maar (nog) niet alle benodigde gegevens zijn met alternatieve methoden te verkrijgen. Deze activiteiten en resultaten op het gebied van alternatieven worden actief uitgedragen, zodat ze breed in het biomedisch onderzoek kunnen worden toegepast. Ondanks alle ontwikkelingen op het gebied van de 3V’s is biomedisch onderzoek geheel zonder proefdieren op korte termijn geen realistisch scenario.