Stuur door...
Print deze pagina
a a a
Minors

Nederlandse taalkunde

Taal onderscheidt de mens van alle andere levende wezens. Wereldwijd beginnen kinderen op ongeveer dezelfde leeftijd `woorden aan elkaar te rijgen', ze volgen een vergelijkbare taalontwikkeling en hebben op ongeveer dezelfde leeftijd volledige kennis en beheersing van hun moedertaal. Dit alles gebeurt spontaan en onder niet-optimale ‘leeromstandigheden’ (allerlei mogelijke zinnen van zijn moedertaal krijgt een kind bijvoorbeeld nooit te horen in het taalaanbod). Alles wijst er dus op dat het om een groeiproces gaat, en niet om een leerproces. De meest gangbare positie onder taalkundigen is, dat dat komt omdat een kind een aangeboren taalvermogen heeft, ook wel bekend onder de naam U(niversele) G(rammatica). UG bestaat uit universele ‘taalwetten’ die voor alle talen gelden, maar laat ook enige ruimte open voor verschillen tusssen talen (taaldiversiteit). Een belangrijke vraag is natuurlijk wat die taalwetten en taalverschillen precies zijn. Inzicht in de verschillen tussen talen helpt ons begrijpen waarom tweede-taalverwerving (bijv. de Tweede taal verwerving van het Nederlands door een Turkse moedertaalspreker) vaak moeizaam verloopt. Ook helpt het ons inzien hoe taal (bijv. het Nederlands) door de eeuwen heen verandert. 

De minor Nederlandse taalkunde omvat vier cursussen (30 studiepunten) uit het aanbod van de afdeling Nederlandse taalkunde. De cursussen Taal, mens en maatschappij, Traditionele zinsontleding en Taalsysteem en taaldiversiteit zijn verplicht. Van de overige twee cursussen dien je er een te kiezen. De minor beoogt inzicht te geven in de menselijke taal vanuit verschillende perspectieven: taalsysteem, taaldiversiteit, taalverandering en taalverwerving. Dit zal voornamelijk gebeuren aan de hand van Nederlands feitenmateriaal.

 

Voertaal: Nederlands Aantal ECTS: 30
Start: periode 2; periode 3; periode 4
Aangeboden door: Faculteit Geesteswetenschappen