De minor economische geografie slaat een brug tussen economie en geografie. Het aandachtspunt is de concrete verscheidenheid van economische activiteiten in verschillende landen en regio’s. Je krijgt inzicht in hoe men in het bedrijfsleven dynamisch omgaat met regionale verschillen en welke bijdrage bedrijven leveren aan de economische en sociale ontwikkeling van gebieden. Je leert deze wisselwerking te analyseren in verschillende regio’s.
Theoretische stromingen die in de minor behandeld worden zijn de neoklassieke vestigingsleer, de behaviorale gedragsleer, de institutionele en de evolutionaire economie. Studenten maken kennis met de wijze waarop bedrijven hun externe relaties organiseren en hoe in de netwerkeconomie nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan tussen private en publieke partijen. Deze samenwerking is steeds meer onderwerp van beleid; het programma is in die zin dan ook beleidsrelevant.
De minor is bedoeld voor studenten die interesse hebben in de wisselwerking tussen het bedrijf en zijn regionale omgeving en de verscheidenheid van economische activiteiten in verschillende landen en regio’s. De leerdoelen van de minor zijn:
- Het verwerven van kennis, vaardigheid en inzicht op het gebied van economische geografie.
- Kennis en relaties tussen macro-ontwikkelingen en veranderingen op verschillende ruimtelijke schalen.
- De verbanden tussen het ruimtelijk gedrag van actoren en de ruimtelijke organisatie.
Met deze minor voldoen studenten met een universitair bachelordiploma aan de vakinhoudelijke eisen die gesteld worden om toegang te krijgen tot de master economische geografie. Eventuele overige toegangseisen hebben betrekking op methoden en technieken en wetenschappelijke vorming.