Per 1 september 2012 krijgt de master Europese letterkunde van de Middeleeuwen en de Renaissance een nieuwe naam: Middeleeuwen en Renaissance studies. Dit heeft verder geen consequenties voor de inhoud.
Vroeger was alles beter. Of toch niet?
Wanneer we terugkijken naar het verleden denken we soms dat het maar goed is dat we nu leven maar daarnaast bestaat even sterk het idee dat vroeger alles beter was. De begrippen Middeleeuwen en Renaissance illustreren dat. Typisch middeleeuws is een zeer negatieve kwalificering. Renaissance is een positief begrip.
Onderzoekers van het verleden denken echter minder schematisch. Iedere tijd heeft positieve en negatieve aspecten en beide moeten zo eerlijk mogelijk gewogen worden. Bovendien is de afgelopen decennia duidelijk geworden dat het onderscheid tussen Middeleeuwen en Renaissance lang zo sterk niet is als algemeen wordt aangenomen. Tussen beide perioden bestaat ook continuïteit en onze moderne samenleving bevat kenmerken die teruggaan op verschijnselen uit beide perioden.
Europese invalshoek
Deze master besteedt daarom aandacht aan zowel de Middeleeuwen als de Renaissance en aan de wijze waarop we tegenwoordig met die perioden omgaan (en om zouden kunnen gaan). Het programma is Europees gericht. Traditioneel zijn historische studies nationaal gebonden maar hier wordt vooral aandacht besteed aan de factoren die in het verleden in heel Europa aan te wijzen waren.
Het nationale perspectief is niet volledig afwezig, maar de focus ligt niet op wat in een bepaald land uniek was, maar op hoe een algemeen verschijnsel zich daar op eigen wijze manifesteerde. In een periode waarin Europa steeds meer een eenheid wordt, is zo’n invalshoek passend.
Voor een brede doelgroep
Het programma richt zich zowel op de socio-politieke geschiedenis als ook op de tekstuele cultuur van Middeleeuwen en Renaissance. Het is daarom bij uitstek geschikt voor mensen met een diverse historische belangstelling en achtergrond, zoals historisch letterkundigen.
Omdat de tekstuele cultuur op allerlei wijzen verbonden is met andere cultuuruitingen, zoals afbeeldingen, en met de sociale context, is de master ook interessant voor studenten die zich in hun vooropleiding vooral op kunstgeschiedenis of geschiedenis hebben gericht.
Daarnaast richt het programma zich op studenten met taalkundig-filologische belangstelling, omdat het vermogen tekstuele bronnen in de originele taal te lezen een belangrijk aspect is en er een breed palet aan talen (Romaans, Keltisch, Germaans) in de bronnen vertegenwoordigd is.