Het masterprogramma Kunstgeschiedenis biedt onder deze overkoepelende titel drie paden of zwaartepunten aan. Op basis van je eigen interesse en belangstelling kies je één van de hier beschreven zwaartepunten en je volgt daarmee een gericht en specifiek programma.
Architectuurgeschiedenis en monumentenzorg. In dit zwaartepunt ligt de nadruk op de bouwkunst en stedenbouw uit het verleden – vanaf de middeleeuwen – en op de hedendaagse ontwikkelingen op dit gebied. Je leert bovendien de belangrijkste theorieën over monumentenzorg kennen. Zo ontwikkel je de kennis en vaardigheden die nodig zijn om bijvoorbeeld gemeenten en andere overheidsinstellingen te ondersteunen bij bouw- en restauratieplannen. Of om als architectuurhistoricus samen te werken met architecten, archeologen en planologen.
Beeldende kunst tot 1850. In dit zwaartepunt komen de geschiedenis en iconologie van beeldende kunst tot en met de nieuwere tijd aan bod en de geschiedenis en methoden van de kunstgeschiedschrijving in verschillende perioden. Ook verdiep je je in de geschiedenis van de kunstproductie, van beeldmotieven en iconografische tradities, van kunsttheorie en kunsttechnieken.
Moderne en hedendaagse kunst. Hier ligt het accent op de beeldende kunst van het einde van de 19de eeuw tot vandaag. Enerzijds richten studenten zich intensief en betrokken op de actualiteit van het artistieke en museale veld en het tentoonstellingswezen. Studenten analyseren en schrijven zelf kunstkritieken, bestuderen en ontwikkelen tentoonstellingsmodellen, doen onderzoek naar het museaal verzamel- en tentoonstellingsbeleid en lopen stage in een van de instituties voor moderne en hedendaagse kunst. Anderzijds staat ook het onderzoekstraject – met als eindpunt de scriptie – centraal. Hierin wordt o.a. ingegaan op de historiografie en de receptiegeschiedenis van de moderne en hedendaagse kunst, de ontwikkeling van eigentijdse, kritische en theoretische analysemodellen, de studie van artistieke concepten, het creatieproces, theorieën over kunst en de constructie, waarneming en interpretatie van beelden (inclusief nieuwe media).