Stuur door...
Print deze pagina
a a a
Bachelor

Het studieprogramma

De opleiding geneeskunde duurt zes jaar, onderverdeeld in drie jaar bachelor en drie jaar master. Elke fase wordt afgesloten met een diploma. Als je beide fasen met succes hebt afgerond, dan ben je basisarts.

Bachelor

In het eerste jaar krijg je meteen al een oriëntatie op het beroep van arts en op de gezondheidszorg. Daarna volgen zeven blokken in jaar 1 en zes in jaar  2 waarin je brede kennis opdoet over onder andere het hart- en vaatstelsel en het spijsverteringsstelsel en over  de meest voorkomende aandoeningen die daarbij voorkomen..

Parallel aan dit blokonderwijs volg je klinisch lijnonderwijs (KLO). Hierin leer je aan de hand van beschrijvingen van patiënten als een arts redeneren en problemen oplossen. In het praktisch lijnonderwijs (PLO) krijg je training in medisch-technische vaardigheden zoals bloedafname, reanimatie, hechten, verbanden aanleggen, maar ook in goede communicatie en zorgvuldig omgaan met de patiënt. Het tweede jaar sluit je af met twee  keuzecursussen die je ook in een andere oplelding van de universiteit mag volgen (profileringsruimte).

Vanaf het derde jaar bestaat het programma uit een combinatie van coschappen in de kliniek, en  theoretisch blokonderwijs, waarin onder andere  aandacht wordt besteed aan methoden van  wetenschappelijk medisch onderzoek en aan gezondheidsrecht en medischeethiek. Door de combinatie van blokonderwijs en coassistentschappen kun je voortdurend je basiskennis opfrissen en aanvullen. Tijdens de coassistentschappen volg je theoretisch lijnonderwijs (TLO), waarin je vanuit de praktijk naar de onderliggende theorie en principes leert redeneren.

De opleiding geneeskunde bestaat, afgezien van de profileringsruimte in het tweede studiejaar, alleen uit verplichte onderdelen van de major. Er bestaat geen minor of aparte ruimte voor majorgebonden keuzevakken.

Master

De master bereidt je verder voor op het uitoefenen van het beroep arts. Het verwerven van klinische competenties staat op de voorgrond. De eerste twee jaar van de opleiding is grotendeels gevuld met disciplinegebonden co-schappen en hun vakinhoudelijke co-schapgebonden blokken. Daarnaast is er ruimte voor individueel keuzeonderwijs. Er wordt nu meer zelfstandigheid van je verwacht en de begeleiding neemt af. Verder verdiep je je kennis van het wetenschappelijk onderzoek.

Het laatste jaar van de master is het “Schakeljaar”; het vormt een brug naar de specialistenopleidingen zoals interne geneeskunde, chirurgie of keel-, neus- en oorheelkunde. Dit jaar bestaat onder andere uit een wetenschappelijke stage en semi-artsstage  naar keuze. De vakgebieden van de stages kun je grotendeels zelf bepalen.

Bindend Studieadvies (BSA)

Geneeskunde heeft, net als alle overige bacheloropleidingen binnen de Universiteit Utrecht, een bindend studieadvies (BSA). Het studieadvies is gebaseerd op de resultaten van het eerste studiejaar. Bij een negatief studieadvies dient de student de opleiding te verlaten. Bij Geneeskunde moet de student in het eerste jaar 38 studiepunten halen (van de in totaal 60 te behalen studiepunten uit jaar 1).

Een negatief studieadvies leidt tot uitsluiting van de opleiding Geneeskunde voor vier jaar. Aangezien Geneeskunde een fixusopleiding is, is het niet mogelijk om bij een negatief studieadvies de opleiding Geneeskunde aan een andere faculteit in Nederland te gaan volgen.