Virologie

Oproepen voor dierenartsen en huisdiereigenaren

1. FIP onderzoek

Dit onderzoek is gesloten voor nieuwe FIP kat cases. Er zijn voldoende monsters verzameld om analyse mee te doen.

Katten waarbij mogelijk FIP gecontateerd is en waarvan de eigenaar in het verleden monsters van een andere FIP kat heeft aangeleverd, zijn nog wel nuttig voor het vervolg van het onderzoek. Hiervoor graag contact opnemen met:

Herman Egberink, tel 030 253 2487
Marleen Theunissen, tel 030 253 2486

2. Onderzoek naar de rol van respiratoir coronavirus in de etiologie van kennelhoest


Doel onderzoek
Canine infectieuze tracheobronchitis of kennelhoest wordt meestal gekenmerkt door milde respiratoire klachten. Soms ontstaat een ernstige fatale bronchopneumonie in jonge honden of een chronische bronchitis in oudere honden.  Het canine para-influenzavirus (CPIV-2), canine adenovirus type 2, canine distempervirus en Bordetella bronchiseptica kunnen als primair pathogeen deze aandoening induceren. Secundaire infecties kunnen het beeld verergeren. Kennelhoest wordt regelmatig gediagnosticeerd ook in populaties dieren waar wel is gevaccineerd.  Enkele jaren terug is in honden met kennelhoest een respiratoir coronavirus aangetoond. Seropositieve dieren zijn gevonden in verschillende landen waaronder ook in Nederland. Over de mogelijke rol van coronavirussen bij het syndroom kennelhoest is nog onvoldoende bekend. Het huidige onderzoek heeft dan ook als doel om inzicht te krijgen in het vóórkomen van deze infectie bij honden met kennelhoest. Deze studie wordt gelijktijdig in enkele Europese landen uitgevoerd. Naast onderzoek op respiratoir coronavirus worden de monsters ook onderzocht op mycoplasma. Het primaire doel is om de prevalentie van beide infecties te bepalen. Dit betekent dat de uitslagen van deze testen pas later beschikbaar komen. 

Welke monsters hebben wij nodig voor dit onderzoek:
Honden die meedoen in deze studie moeten minimaal aan één van deze criteria voldoen:

-        Acuut zieke dieren (0-3 dagen) met klinische verschijnselen van kennelhoest (~33%)
-        Honden die niet klinisch ziek zijn maar bloot zijn gesteld aan honden met klinische verschijnselen van kennelhoest (~33%)
-        Honden die hersteld zijn van kennelhoest en die meer dan 10-12 dagen daarvoor verschijnselen vertoonden van kennelhoest. (33%) 

Van deze dieren zijn de volgende monsters nodig:

-         1 oropharyngale swab (in Amies transport medium)
-         2 nasale swabs (voor PCR en virusisolatie)
-         Serummonster (min 0,5 ml serum)

Naast monsters van honden in kennels, asiels, en pensions is het streven om ongeveer 25% van de monsters te verzamelen van honden van individuele eigenaren.

Voor afname van de monsters worden materialen verstrekt. Voor verdere vragen en deelname aan deze studie kunt u contact opnemen met de afdeling Virologie, Faculteit Diergeneeskunde.

Via secretariaat: Tel: 030-2532485/ 2486, email adres: secretariaat.virologie@vet.uu.nl