Basistekst Proefdierbeleid
Jaarlijks verricht de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht circa 8.000 dierproeven. Dat gebeurt uiterst zorgvuldig volgens wettelijke richtlijnen met oog voor het welzijn van de dieren. Het beleid is gericht op vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven.
Waarom dierproeven?
Dierproeven dragen bij aan onze kennis over het ontstaan van ziekten en de bouw en functie van dier en mens. Dit onderzoek draagt tevens bij aan de preventie, diagnose en behandeling van ziekten, en het welzijn van dieren en mensen. Een beperkt deel van de dierproeven is noodzakelijk voor de opleiding van (dieren)artsen en biomedisch onderzoekers.
In lijn met missie
Het gebruik van proefdieren lijkt op het eerste opzicht op gespannen voet te staan met een deel van de missie van de faculteit Diergeneeskunde, namelijk het bevorderen van diergezondheid en dierwelzijn. De faculteit Diergeneeskunde treedt op als bemiddelaar tussen dier en mens door de behoeften van het dier duidelijk te maken aan de mens. En omgekeerd: om rekening te houden met de behoeften van de mens bij het houden en het gebruik van dieren. Dit geldt ook voor proefdieren.
De dierproeven van de faculteit Diergeneeskunde zijn, zoals alle dierproeven in Nederland, aan strikte wettelijke voorwaarden gebonden: iedere dierproef wordt door een onafhankelijke Dierexperimentencommissie ethisch getoetst. Het welzijn van de proefdieren wordt zorgvuldig bewaakt. Bovendien worden alle personen die betrokken zijn bij dierproeven, hiervoor specifiek opgeleid. Op deze wijze combineert de faculteit zorgvuldig proefdiergebruik in lijn met haar missie.
Voortrekkersrol
De faculteit Diergeneeskunde heeft een voortrekkersrol op het terrein van het proefdierbeleid in Nederland. De instelling van de eerste leerstoel Proefdierkunde (tegenwoordig: Dierenwelzijn en Proefdierkunde) in Nederland is van doorslaggevend belang hierbij geweest. Deze leerstoel is in 1983 opgericht. De faculteit heeft dus zo'n 25 jaar ervaring op dit terrein. Verder is sinds 2000 de eerste - en toen nog wereldwijd unieke - leerstoel Alternatieven voor Dierproeven ondergebracht bij de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. In 2005 werd een gelijknamige leerstoel via de Doerenkamp-Zbinden Foundation bij de Universiteit van Konstanz in Zürich gevestigd. Dankzij financiële steun van deze stichting kon in 2008 bij de faculteit Diergeneeskunde de leerstoel Alternatieven voor Dierproeven in de Toxicologische Risicobeoordeling worden ingesteld.
Vervanging, vermindering en verfijning
De betrokken leerstoelhouders van de faculteit Diergeneeskunde werken samen met hun staf aan de ontwikkeling en toepassing van methoden die leiden tot vervanging, vermindering of verfijning van dierproeven, de zogenoemde 3V's. De ontwikkeling en inzet van de 3V-methoden hebben over de afgelopen 25 jaar daadwerkelijk bijgedragen aan een veranderd proefdiergebruik voor biomedisch onderzoek: [1] het proefdiergebruik is gereduceerd, mede doordat het gebruik van alternatieve methoden is toegenomen; [2] de belasting van proefdieren is verminderd en [3] het welzijn van proefdieren is verhoogd.
Het huidige en toekomstige proefdierbeleid van de faculteit
Diergeneeskunde blijft dan ook gericht op het stimuleren van de ontwikkeling, toepassing en acceptatie van methoden die het gebruik van (proef)dieren kunnen vervangen, verminderen en verfijnen. Bovendien heeft de faculteit Diergeneeskunde in januari 2004 het departement Dier in Wetenschap en Maatschappij ingericht. Dit kenniscentrum heeft de missie om het welzijn van dieren door middel van onderzoek, onderwijs en communicatie te optimaliseren.
Opleidingen
De faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht biedt een masteropleiding 'Animal Welfare' aan. Daarnaast leidt de faculteit - als enige Nederlandse onderwijsinstelling - proefdierdeskundigen op en heeft ze de landelijke coördinatie van de wettelijk verplichte cursus Proefdierkunde (ex. art. 9 Wet op de Dierproeven). Elke onderzoeker die met proefdieren gaat werken, heeft deze gevolgd. De faculteit geeft deze cursus zelf ook twaalf keer per jaar aan jaarlijks circa 250 onderzoekers.
Welzijn verbeteren
Ondanks alle ontwikkelingen op het gebied van de 3V’s is biomedisch onderzoek zonder proefdieren op korte termijn geen realistisch scenario. Daarom zijn de activiteiten van de faculteit Diergeneeskunde vooral gericht op het minder belastend maken van dierproeven, waardoor het welzijn van de dieren verbetert. Door de betrouwbaarheid van dierproeven te verhogen en alternatieven in te zetten, wordt bijgedragen aan de daling van het aantal proefdieren. Deze activiteiten en resultaten worden actief gecommuniceerd en uitgedragen, zodat ze breed in het biomedisch onderzoek kunnen worden toegepast.