Institute for Risk Assessment Sciences

Onderzoek

Het Institute for Risk Assessment Sciences participeert in de volgende facultaire onderzoeksprogramma's:

"Risk Assessment of Toxic and Immunomodulatory Agents" (RATIA)

Het RATIA-programma heeft als doel de wetenschappelijke basis voor beoordeling van risico voor mensen, dieren en ecosystemen van blootstelling aan potentieel schadelijke agenten in het milieu, in beroepssituaties, door inenting, en door de voedselketen te verbeteren.

Programmaoverzicht

Doel van het programma RATIA is de ontwikkeling en de verdere verbetering van de wetenschappelijke basis voor beoordeling van risico's (voor menselijke, dierlijke en ecosysteemgezondheid) van blootstelling aan milieuagentia. Het onderzoek concentreert zich op:

  • veterinaire volksgezondheid met betrekking tot voedselveiligheid, en allergieën voor huisdieren, proefdieren en landbouwhuisdieren
  • risico's van blootstelling aan biologische, fysische en chemische agentia en vaccins
  • beroepsgebonden gezondheidsrisico's samenhangend met het werken in intensieve veehouderij, veevoerfabrieken, veterinaire praktijk etc.
  • risico's voor het ecosysteem zoals endocriene verstoring.

Wegens de interfacultaire aard van het coördinerende instituut past het onderzoeksprogramma goed in het Academisch Biomedisch Cluster (ABC) en onderzoeksprogramma's van de ondersteunende faculteiten (Diergeneeskunde, Geneeskunde).

Het RATIA- programma heeft vier onderzoeklijnen.

Blootstellingskarakterisering

Elk organisme wordt blootgesteld aan natuurlijke en antropogene agentia, die een bedreiging kunnen zijn voor gezondheid en welzijn. De projecten binnen deze lijn concentreren zich op de identificatie van fysieke en chemische factoren in het milieu. De karakterisering van de blootstelling zal de informatie verstrekken die noodzakelijk is om de aanwezigheid van deze agentia te controleren of te verminderen. Wiskundige modellen worden ontwikkeld die de processen beschrijven die aan blootstelling en verontreiniging ten grondslag liggen. Dergelijke modellen onderbouwen nieuwe bemonstering en analysestrategieën. De ontwikkeling van deze modellen hangt van analytische gegevens af. Bovendien moeten deze modellen worden bevestigd door regelgevende instanties en door risicomanagers worden goedgekeurd. Een andere belangrijke taak binnen deze onderzoeklijn is de identificatie van nieuwe bedreigingen voor mens en milieu.

Werkingsmechanismen en dosis-response relaties

Deze onderzoeklijn betreft dat deel van het risicobeoordelinggebied waarin de beschikbaarheid en de dosis van giftige substanties worden bestudeerd met betrekking tot hun potentieel om ongunstige gevolgen te veroorzaken. Specifieke doelen zijn het beoordelen hoe de biologische beschikbaarheid en de distributie over milieucompartimenten van chemische producten gevaar voor het natuurlijke milieu kunnen opleveren. Sorptie aan grond en sedimenten, de weefselverdeling en de interne dosis worden gemeten en gemodelleerd om de beschikbaarheid en de kinetica van giftige substanties te begrijpen binnen organismen en risico's te voorspellen. Om de beschikbaarheid van externe en interne blootstelling aan giftige substanties voor levende organismen te voorspellen in vitro worden nieuwe bemonsteringstechnieken en modellen ontwikkeld. Daarnaast worden de biologische werkingsmechanismen bestudeerd van giftige substanties in voedsel, drugs en het milieu met invloed op het immuunsysteem, het zenuwstelsel en het endocriene systeem. De interactie van de receptor en de gevolgen voor de cellulaire communicatie worden onderzocht om inzicht in cellulaire en moleculaire toxische, immunologische en endocriene mechanismen te ontwikkelen.

Modulatie van de gastheerrespons

Deze onderzoeklijn betreft immunomodulatie met betrekking tot chronische immuun - gerelateerde ziekten, zoals allergieën en auto-immune ziekten. De immunologische mechanismen met betrekking tot voedsel en milieuagentia zijn van belang, zoals microbiële componenten (met inbegrip van vaccins), probiotics, adjuvantia, chemische stoffen, drugs en aeroallergens zoals huisstofmijten en pollen. Er bestaat intensieve samenwerking tussen op mens en dier georiënteerde onderzoeksteams met betrekking tot (jeugd) reumatoïde artritis en allergieën. Het feit dat het onderzoek in deze onderzoeklijn implicaties heeft voor zowel veterinaire als menselijke geneeskunde geeft het RATIA-programma een zeer goede verbinding met het biomedische onderzoek dat bij het UMCU wordt gedaan. Centrale thema's in deze onderzoeklijn zijn voedselallergieën en atopische dermatitis bij katten en honden, astma bij katten en colitis bij honden als natuurlijke ziektemodellen. De experimentele modellen omvatten gedeeltelijk unieke modellen van allergisch astma, artritis en colitis in muizen en ratten. Een uniek aspect van dit programma is dat de dieren zowel doelsoorten als modelsystemen voor ontwikkeling van innovatieve interventies voor de mens kunnen zijn.

Epidemiologisch onderzoek

De nadruk van deze onderzoeklijn ligt op relaties tussen blootstelling aan biologische en chemische agentia en de gevolgen voor de gezondheid in de menselijke bevolking. Nauwe samenwerking bestaat met onderzoeksteams binnen de medische faculteit. De biologische agentia omvatten bacteriële endotoxinen en allergenen. Voor zover de kennis op dit ogenblik reikt wordt het risico om chronische ziekten te ontwikkelen beïnvloed door blootstelling aan microbiële agentia en toxinen. Gezien de speciale positie bij de veterinaire faculteit wordt specifieke nadruk gelegd op relaties tussen dieren en mensen. De dieren kunnen als een reservoir van micro-organismen worden gezien, hetgeen in de blootstelling van mensen aan toxinen en allergenen in het binnen- en beroepsmilieu kan resulteren. Dit kan in aspecifieke ontstekings- en specifieke allergische reacties in mensen resulteren. De blootstelling aan besmettelijke agentia is geen onderwerp van studie in deze onderzoeklijn, maar wel in het programma Strategische Infectie Biologie (SIB).