Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Diergeneeskunde
Promotie

Blootstelling aan mengsels van hormonen

Gelijktijdige blootstelling aan verschillende oestrogeenachtige stoffen (xeno-oestrogenen) heeft een verwaarloosbaar effect op de gezondheid.
Dagelijks komen mensen in aanraking met hormoonachtige stoffen. Bronnen zijn onder andere voeding (natuurlijk voorkomend, reststoffen of vervuiling), kleding en cosmetica. Milieuorganisaties wekken de indruk dat dit op gezondheid van mens en milieu schadelijke gevolgen heeft. Inderdaad wordt in de wetenschap een verband gelegd tussen blootstelling en bepaalde kanker soorten (bijvoorbeeld borstkanker). Diezelfde wetenschap suggereert ook dat plantaardige oestrogeenachtige stoffen (fyto-oestrogenen) kanker kunnen voorkomen of afremmen. Bij beide spelen dezelfde processen in de cel een rol, waardoor er tussen dit kwalijke en gezonde effect een spanningsveld ontstaat. Welke rol spelen al deze stoffen in de uiteindelijke effecten?

De conclusies in het proefschrift van Jeroen van Meeuwen kunnen de discussie hierover helpen. Mengsels van verschillende xeno-estrogenen reageren in gekweekte borstkankercellen, ook in aanwezigheid van lichaamseigen oestrogenen, alsof de anderen er niet zijn. Dat wil zeggen ze ondervinden geen last of lust van elkaar. Xenoestrogenen kunnen bij meerdere processen in een cel een rol spelen. In gekweekte borstkankercellen gecombineerd met (gezonde) omgevingscellen blijken deze stoffen voornamelijk oestrogeen, terwijl het regulerende enzym aromatase en dus de hormoonproductie niet merkbaar verstoord wordt. Huidige xeno-oestrogeen blootstellingniveaus zijn verwaarloosbaar ten opzichte van lichaamseigen oestrogenen en zijn te laag om hormoonproductie te verstoren.

Datum en tijd: 16/9/2008 12:45
Locatie: Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht
 
Promovendus: Jeroen van Meeuwen
Faculteit: Faculteit Bètawetenschappen
Proefschrift: Relevance of estrogenic and aromatase inhibiting effects of mixtures of xenoestrogens for human exposure
Promotor 1: Prof.dr. M. van den Berg
Promotor 2: Prof.dr. A.H. Piersma