Kijken en Zien
Stel je bent op zoek naar een medeleerling. Na lang zoeken zie je haar eindelijk aan de overkant van een drukke weg staan. Ze staat tussen een groep studenten die de bus in wil stappen. Snel druk je op het knopje van het verkeerslicht, maar het stomme ding blijft op rood staan. Ondertussen begint het ook nog te regenen.
Je besluit door rood te lopen. Je kijkt naar de overkant om te zien of je vriendin er nog is en stapt, zonder te kijken, de weg op. Vanuit je ooghoek zie je een taxi met hoge snelheid op je af komen. Je weet gelukkig nog net op tijd terug te springen. Dan maar wachten tot het groen wordt. Als het licht van kleur verspringt loop je gauw naar de overkant.
In de bovenstaande alinea werken ogen en hersenen hard om alle impulsen die ze krijgen te verwerken. Het licht van je omgeving valt op het netvlies in je ogen, een signaal wordt naar je hersenen gestuurd en die verwerken vervolgens dat signaal. Deze stappen vormen de rode draad in deze module. Je kunt met je ogen kijken, maar zonder hersenen zie je niets. Hoe werkt dit? Hoe kan het dat je een medeleerling in een menigte kan zien? Hoe komt het dat je kunt zien dat het verkeerslicht van rood naar groen gaat? Hoe kan het dat je niet gemerkt hebt dat er een regenwolk voor de zon kwam en alles een stuk donkerder werd? Een camera had een flitser nodig gehad om die afname in lichtintensiteit te compenseren. Dit soort vragen over het visuele systeem leiden tot de centrale vraag: wat gebeurt er met het licht dat in het oog valt en hoe leidt dat tot waarnemen? Vandaar het thema van deze module: Kijken en Zien!
De module Kijken en Zien is te downloaden vanaf het Bètasteunpunt Utrecht.