Op 16 juni 2011 heeft de bètafaculteit van de Universiteit Utrecht haar plannen bekend gemaakt voor herstructurering van onderzoek en onderwijs. Binnen deze plannen is er geen plaats meer voor het Sterrekundig Instituut Utrecht (SIU). Dit betekent een abrupt einde voor een bijna 370-jarige traditie van sterrenkundig onderzoek en onderwijs in Utrecht. De Utrechtse sterrenkunde heeft in het verleden eminente wetenschappers voortgebracht zoals Marcel Minnaert, Henk van de Hulst, Kees de Jager en Ed van den Heuvel. Maar ook in het recente verleden hebben jonge wetenschappers veel erkenning gekregen in de vorm van prestigieuze nationale (veni, vidi, vici) en internationale beurzen (o.a. Hubble-, Chandra-, en ESO-fellowships).
De sluiting van het Sterrekundig Instituut Utrecht heeft tot gevolg dat het instituut en zijn (voormalige) stafleden niet meer betrokken zullen zijn bij het sterrenkundig onderwijs na Augustus 2012. De Beta Faculteit heeft wel aangekondigd sterrenkundig onderwijs in de bachelorfase te blijven aanbieden. Geïnteresseerde aankomende studenten kunnen voor nadere informatie hierover het beste de
onderwijspagina van het departement natuur- en sterrenkunde raadplegen.
Zie ook onze eerdere
Persverklaring SIU 2015 in verband met de sluiting van het Sterrekundig Instituut als gevolg van de Profilering 2015 van de Bèta Faculteit.
Sterrekundig Instituut Utrecht
Buiten onze dampkring bevindt zich een fascinerend onderzoeksterrein... Hoe ontstaan zwarte gaten? Wat zijn blauwe dwergen, rode reuzen en supernova's? Zal het heelal eeuwig blijven uitdijen of zal het weer inkrimpen? Sterrenkundigen onderzoeken het heelal en alles wat daarmee samenhangt.
Het Sterrekundig Instituut Utrecht huisvest de vakgroep Astrofysica van de Universiteit Utrecht. Het programma draait voornamelijk om alle aspecten van het observationele en theoretische sterrenkundig onderzoek. De onderzochte onderwerpen variëren van de dichtstbijzijnde ster en de zon tot verre sterrenstelsels, en van jonge sterren tot de eindproducten van de evolutie van sterren: achterblijvende supernovaresten, witte dwergen en neutronensterren. In nauwe samenwerking met SRON, het Nederlands Instituut voor ruimteonderzoek, is ook het buitengalactisch onderzoek in het programma geïntegreerd.
Het Sterrekundig Instituut heeft een lange geschiedenis, die teruggaat tot de oprichting van een observatorium in Utrecht in 1642, en onder de leden bevinden zich beroemde wetenschappers als Pieter van Musschenbroek (1692-1761), de uitvinder van de voorloper van de condensator, en Marcel Minnaert (1893-1971), de man die verantwoordelijk was voor de beroemde Utrechtse Atlas van het zonnespectrum en die de methode van de groeicurve bij het uitvoeren van kwantitatieve spectroscopie heeft ontwikkeld. Een van de beroemdste studenten in de geschiedenis van het Instituut is Henk van de Hulst (1918-2000), die als student van de Universiteit Utrecht zijn rudimentaire berekening van de 21 cm lijn-overgang van waterstof maakte, de meest gebruikte overgang in de radioastronomie.
Oorspronkelijk vond het sterrenkundig onderzoek plaats in een instituut in het centrum van Utrecht, dat vanaf 1854 was gevestigd in de sterrenwacht de "Sonnenborgh", dat gebouwd was op een bastion en een deel van de verdedigingsmuur rond het stadshart van Utrecht. Sinds 1987 is het Instituut gevestigd op de campus van de Universiteit Utrecht, de Uithof. De rijke geschiedenis van het sterrenkundig onderzoek in Utrecht is te zien in de oude sterrenwacht "Sonnenborgh".