Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Faculteit Bètawetenschappen

Studieprogramma farmacie

De bacheloropleiding farmacie biedt een brede basis in de farmaceutische en natuurwetenschappen en laat je kennismaken met het werkveld van de apotheker en de geneesmiddelenonderzoeker. Naast kennis en vaardigheden op farmaceutisch gebied ontwikkel je algemene academische vaardigheden en specifieke beroepsvaardigheden en attituden, zoals bijvoorbeeld presentatievaardigheden, ethisch denken en management vaardigheden.

Studiepaden

De bacheloropleiding farmacie bestaat uit een major en een profileringsruimte, waarbinnen een keuze gemaakt kan worden uit het totale cursusaanbod en minors van de Universiteit Utrecht, en eventueel elders. De major farmacie bestaat uit een verplicht deel en een keuzedeel, waarbij gekozen kan worden uit 2 studiepaden: Farmacie en Geneesmiddelonderzoek.

Het bachelorprogramma beslaat drie jaar. Ieder studiejaar bestaat uit vier perioden van tien weken. Studiejaar 1 laat je kennismaken met het werkveld van de apotheker en de geneesmiddelonderzoeker. In jaar 2 en 3 van het studiepad Farmacie krijg je te maken met complexere problemen en wordt er van je verwacht dat je over gedetailleerde kennis beschikt. Jaar 3 staat voor verdieping en verbreding van je kennis en vaardigheden. Ook is er in jaar 3 profileringsruimte. In jaar 2 en 3 van het studiepad Geneesmiddelonderzoek kun je uit veel verschillende cursussen kiezen.

Onderwijsfilosofie

Voor de vormgeving van de opleiding zijn leerpsychologische en onderwijskundige inzichten bepalend. Inzichten over effectief en optimaal leren in relatie tot de eisen die samenhangen met de doelstelling van een academische beroepsopleiding leiden tot een curriculum met de volgende kenmerken:

  1. Het onderwijsprogramma vormt een samenhangend geheel.
  2. Het programma stimuleert actief studiegedrag, is uitdagend en gevarieerd.
  3. Verwerving, toepassing en integratie van kennis en vaardigheden vinden plaats in een voor de latere functie- of beroepsuitoefening relevante context.
  4. Binnen het onderwijsprogramma wordt, systematische en expliciet, aandacht besteed aan academische vorming en persoonlijke ontwikkeling.
  5. De sturing van het leerproces wordt geleidelijk steeds meer overgelaten aan de student zelf.
  6. Het programma biedt keuzeruimte voor individuele differentiatie en profilering.
  7. Er is een uitgebalanceerd systeem van begeleiding, beoordeling en toetsing dat rekening houdt met de sturende werking die van toetsing uitgaat.

 Nadere beschrijvingen van de gehanteerde onderwijsvormen, zoals probleem-gestuurd onderwijs (PGO) en projectonderwijs (PO) [t.z.t. link naar deze documenten], zijn in pdf-format beschikbaar. De onderwijskundige uitgangspunten zijn ook beschreven in de blauwdruk voor het curriculum.