Prof. mr. E.R. (Elisabetta) Manunza
|
|
|
Bijzonder hoogleraar Europees en Internationaal Aanbestedingsrecht |
|
Achter Sint Pieter 200 |
|
3512 HT Utrecht |
T |
(030) 253 70 47 |
| F |
(030) 253 70 73 |
| E |
E.R.Manunza@uu.nl | Voornamelijk aanwezig op donderdag |
Elisabetta Manunza (Italië) is per 11 augustus 2009 benoemd tot Bijzonder hoogleraar Europees en Internationaal Aanbestedingsrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht, vanwege de Nederlandse Vereniging voor Aanbestedingsrecht (NVvA: www.aanbestedingsrecht.org). Het hoogleraarschap zal zij voor een dag per week vervullen. Daarnaast is zij als hoofddocent Europees recht verbonden aan de vakgroep Privaatrecht van de juridische faculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Loopbaan
Manunza studeerde Italiaans recht en Nederlands recht (Strafrecht en Internationaal recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam), waarna zij de éénjarige postacademische onderzoekersopleiding Internationaal en Europees recht aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag volgde.
Na een stage bij het ‘EG-Beraad voor de bouw’ in Brussel en Den Haag, was zij achtereenvolgens assistent in opleiding bij de vakgroep Internationaal recht en rechtsvergelijking van de Vrije Universiteit Amsterdam (1994-1996), universitair docent en universitair hoofddocent bij het Departement Internationaal en Europees recht van de Universiteit van Tilburg (1997-2004) en de Vrije Universiteit Amsterdam (2005-heden).
Tevens adviseerde zij in de jaren negentig regelmatig in de internationale justitiële samenwerking tussen Italië en Nederland en Italië en België, in de strijd tegen criminele organisaties, in het bijzonder in kroongetuigenzaken. Vragen rondom de toelaatbaarheid van kroongetuigen in het strafproces en de toelaatbaarheid van bijzondere opsporingsmethoden in de strijd tegen criminele organisaties kregen dan ook veel aandacht in haar publicaties uit die jaren.
Onderzoek
Tegenwoordig richt haar onderzoek zich uitsluitend op het Europees economisch recht. Behalve de materiële aspecten staan in haar onderzoek tevens de institutionele aspecten van het Europees recht voorop; ook op het terrein van het Europees aanbestedingsrecht, het rechtsgebied waarop haar onderzoek zich de afgelopen jaren heeft geconcentreerd. Zij beschouwt dat terrein in ruime zin: niet alleen vraagstukken rondom de’ verwerving’ van eigendom door de overheid (overheidsopdrachten) maar ook de ‘vervreemding’ daarvan (vormen van privatisering).
Zo lag de vraag welke ruimte nationale overheden behouden om naast Europese harmonisatieregelingen eigen beleid te voeren, ten grondslag aan haar proefschrift ‘EG-aanbestedingsrechtelijke problemen bij privatiseringen en bij de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit’ (VU Amsterdam, 2001). Dit onderzoek was opgezet als een vijfluik-analyse van de wisselwerking tussen enerzijds materiële en institutionele vraagstukken van Gemeenschapsrecht (i); Gemeenschapsrecht en Europese Unierecht (ii). Anderzijds tussen Internationaal, Europees en nationaal recht (iii), en tussen het civiel, bestuurs- en strafrecht (iv). Het geheel bezien in een rechtsvergelijkend perspectief (v). Haar proefschrift is met de Parlementaire Enquête Bouwnijverheid onderwerp van parlementair debat geworden en de daarin opgenomen analyse van de mogelijkheden voor screening bij aanbestedingen heeft geleid tot een andere uitwerking van het wettelijk systeem ter zake, dan aanvankelijk door de wetgever werd beoogd, met de Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in BIBOB-sectoren. Het onderzoek werd afgesloten met conceptuele vragen die de basis vormden voor nader onderzoek die haar in 2002 een prijs voor excellente onderzoekers van de NWO opleverde voor het (VENI)-onderzoek ‘Questioning the fundamental legal and economic presuppositions and principles underlying the EC Public Procurement Directives’.
Andere belangrijke thema's in haar onderzoek zijn de vragen geweest naar de werking van Europese rechtsbeginselen op het Nederlands aanbestedingsrecht en de problemen die de nationale rechter ondervindt bij de toepassing van het Europees aanbestedingsrecht. In het kader van de eerste onderzoekslijn over de beginselen, organiseerde zij in 2005 in samenwerking met L.A.J. Senden (UvT) het symposium De EU: de interstatelijkheid voorbij? dat in de gelijknamige bundel uitmondde. In het kader van het onderzoek naar de rechtsbescherming organiseerde zij samen met C.E.C. Jansen (VU) in 2006 het symposium ‘Aanbestedingsgeschillen: over de beperkingen van de gewone rechter’.
De bevindingen van haar onderzoek zijn in boeken, bundels en toonaangevende tijdschriften gepubliceerd (zie hierna onder het kopje ‘resultaten van academische activiteit’). Ze treedt regelmatig (in binnen en- buitenland) als spreker op bij wetenschappelijke congressen, symposia, etc.
Download Elisabetta Manunza's resultaten van academische activiteit (pdf)(publicaties)
Overige activiteiten
Manunza wordt regelmatig als deskundige gevraagd. Op het terrein van het kroongetuigenrecht werd zij als getuige-deskundige gehoord in het proces tegen De Hakkelaar dat als het belangrijkste strafproces van de vorige eeuw is bestempeld. Op het terrein van het aanbestedingsrecht, werd zij bijvoorbeeld gevraagd door de Tijdelijke Commissie Parlementaire Enquête Bouwnijverheid van de Tweede Kamer, de SER, leden van de Tweede Kamer en het Europees Parlement, tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU (in 2004) door de Nederlandse regering (Ministeries van Binnenlandse en van Buitenlandse Zaken) en door de Europese Commissie en OLAF die haar vroegen om de bevindingen van haar onderzoek op het terrein van het aanbestedingsrecht in Brussel toe te lichten.
Zij is verder actief als referent bij diverse beoordelingsrondes van de NWO, lid van de redactie van het Tijdschrift Aanbestedingsrecht (TA), lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR) en lid van het bestuur van de Bestuurs- en rechtskundige afdeling van het Thijmgenootschap. Zij doet verder advieswerk zowel ten behoeve van overheidsinstellingen, zoals het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Financiën en diverse Gemeenten en samenwerkingsverbanden daarvan, als ten behoeve van diverse advocatenkantoren, en ondernemingen.
Initiële en PAO-onderwijs
Zij doceert (in binnen- en buitenland) diverse aspecten van het Europees recht en aanbestedingsrecht, zowel in het initiële als in het postinitiële onderwijs. In 2006 heeft zij de eerste postdoctorale opleiding aanbestedingsrecht in Nederland aan de Vrije Universiteit Amsterdam (in samenwerking) opgericht.
Voorbeelden van onderwerpen van incompany-cursussen die zij (in opdracht) kan organiseren zijn de volgende.
- Bronnen van aanbestedingsrecht
- Inleiding in de grondslagen van het aanbestedingsrecht
- Aanbestedingsverplichtingen bij gebiedsontwikkeling
- Inbesteding versus aanbesteding
- Toekenning van exclusieve rechten voor de uitvoering van een taak van algemeen belang
- Publieke private samenwerking: met welke juridische verplichtingen dient rekening te worden gehouden?
- Mag de uitvoering van diensten van algemeen belang in eigen beheer worden gehouden? Zo ja, op welke wijze? (van belang bijvoorbeeld voor de afvalsector)
- Geldt een aanbestedingsplicht altijd of zijn er ook gevallen wanneer de overheid een opdracht mag verstrekken zonder (Europees) aan te besteden?
- Welke soorten opdrachten vallen onder de werking van het Europees aanbestedingsrecht?
- Duurzaam aanbesteden
- De liberalisering van de zogenaamde defensieopdrachten
- De ethiek/ integriteit van het aanbestedingsproces: de mogelijkheden en de verplichtingen voor de screening van inschrijvers.
- Aanbestedingsbeginselen: grenzen en werking
Doelgroepen zijn advocaten, juristen werkzaam bij de rijks-, provinciale en gemeentelijke overheid, waterschappen en andere aanbestedende diensten, juristen werkzaam bij bouwbedrijven en overige bedrijven die met aanbestedingen aan de vraag- of aanbodzijde te maken hebben, ingenieursbureaus en projectontwikkelaars en alle anderen die in de dagelijkse praktijk met dit onderwerp te maken hebben of te maken krijgen.
Publicaties:
Video:
- Lezing met de titel 'De markt voor overheidsopdrachten na Lissabon'. De vraag die centraal staat in deze lezing is wat de recente verdragswijzigingen betekenen voor het aanbestedingsconcept als zodanig en voor de 'markt' voor overheidsopdrachten. Zie hier een video en ander presentatiemateriaal.\
In het Nieuws: