| Achter de Dom 20
Het huidige uiterlijk van dit pand is 17de-eeuws, maar van oorsprong bevond zich hier een 14de-eeuws claustraal huis behorende bij de immuniteit van de Dom. In het interieur bevinden zich 19de-eeuwse elementen, zoals de rondgebogen deur en het stucplafond in Empirestijl in de hoge voorkamer.
|
 |
| |
|
| Drift 21
De oudste vermelding van een pand op deze plek dateert van 1468. Uit deze periode zijn alleen de kelders bewaard gebleven. Het huidige pand bestaat uit een 17de-eeuws dwars voorhuis en een groot achterhuis met een aangebouwde dienstvleugel, in 1907 ingrijpend verbouwd volgens ontwerp van de Utrechtse architect P.J. Houtzagers. Hiervan zijn veel ornamenten bewaard gebleven. Er werden zeer moderne materialen en technieken toegepast: gewapend beton, centrale verwarming met vloerroosters (zichtbaar in de hal) en 'privaten met spoelinrichting'. Van de dienstvertrekken op de begane grond is zo’n toilet over. Het gietijzeren hek is in de 18de eeuw geplaatst.
|
|
| |
|
| Drift 23
De kern van dit huis wordt gevormd door een claustraal huis van de immuniteit van St. Jan rond de Janskerk. In 1541 werd het pand samengevoegd met Drift 25, maar in 1668 volgde weer een splitsing. De ingangspartij met erker is 18de-eeuws. In de 19de eeuw werd het huis grondig verbouwd, waarbij alleen de voorvleugel bleef staan, met toevoeging van een bouwlaag. De woning was georganiseerd rond de binnenplaats. In de achtervleugel bevinden zich twee kamers met bijzondere lambriseringen en schilderingen uit de tweede helft van de 19de eeuw.
|
|
| |
|
| Drift 25
Toen in 1393 de Drift gegraven werd, stonden hier al middeleeuwse huizen. Wat hiervan resteert is de middeleeuwse kelder. Het pand vormde van 1541 tot 1668 één woonhuis met nummer 23 (Huis Renesse). Mogelijk is de trap nog de oorspronkelijke 17de-eeuwse. De gevel stamt uit 1752. In de tuin staan een monumentale varenbeuk en de enige moerbeiboom van deze soort in Utrecht, ouder dan 125 jaar. Het tuinhuisje en de tuinmuur werden rond 1808 opgericht voor Koning Lodewijk Napoleon.
|
|
| |
|
| Drift 27
Op 5 juni 1806 riep keizer Napoleon zijn jongere broer Louis (Lodewijk) Bonaparte uit tot koning van Holland. De koning vestigde zich eerst in Den Haag, later in Utrecht. Winkel- en woonpanden aan de Keizerstraat, de Wittevrouwenstraat en de Drift werden opgekocht (nr. 23 weigerde te verkopen) en door J.P. Zocher senior verbouwd tot één paleis. De panden aan de Wittevrouwenstraat werden daarbij gesloopt en vervangen door eenvoudige dienstgebouwen met een poort naar de binnenplaats. Omdat de koning grote haast had, werd aan de Drift volstaan met een voorlopige verbouwing. Het resulterende paleis was het eerste geheel bepleisterde pand in Nederland. De koning betrok het in 1808, waarna een kerkje aan de Keizerstraat werd toegevoegd als hofkapel, en gewerkt werd aan de zuidelijke balzaal (nu de lange doorkijk vanaf de entree). Na vier maanden (sic) vertrok de koning met zijn gevolg en alle pracht en praal naar Amsterdam, en gebruikte hij het paleis enkel nog om er kort te logeren, tot hij in 1810 afstand moest doen van de troon. In 1811 logeerde Keizer Napoleon Bonaparte er kort, en in 1814 tsaar Alexander van Rusland. In 1815 werd het pand bibliotheek.
|
 |
| |
|
| Janskerkhof 13
In het huis uit 1648 is nog veel behouden gebleven van het 18de-eeuwse interieur, zoals het trappenhuis en de stijlkamers met Lodewijk XV-stijlelementen, waaronder damasten behang en plafondschilderingen. Boven de deuren bevinden zich ‘putti’, gebeeldhouwde kinderfiguurtjes. De 17de-eeuwse kelders hebben kruisgewelven.
|
|
| |
|
| Kromme Nieuwegracht 46
Dit schijnbaar eenvoudige pand dateert uit de 17de eeuw. De voorgevel is nauwelijks versierd, behalve met hanenkammen (verticale bakstenen boven de ramen) en krulankers. Het smeedijzeren hek, de deuromlijsting en de ramen dateren uit de 19de eeuw. Aan de achtergevel ogen het metselwerk en de krulankers fraaier. Ook hier zijn de ramen en deuren twee eeuwen jonger. Het huis werd voornamelijk bewoond door notarissen, advocaten en een bankier, die op de begane grond kantoor hielden. De Kromme Nieuwegracht is zeer waarschijnlijk gevormd door een natuurlijke bocht in de Oude Rijn en volgt deels nog de oude bedding. In de middeleeuwen vormde het water de grens van de Pietersimmuniteit rond de Pieterskerk.
|
|
| |
|
| Kromme Nieuwegracht 80
De Kromme Nieuwegracht is zeer waarschijnlijk gevormd door een natuurlijke bocht in de Oude Rijn en volgt deels nog de oude bedding. In de middeleeuwen vormde het water de grens van de Pietersimmuniteit rond de Pieterskerk. Het uit 1686 stammende huis werd in 1935 verbouwd tot kantoorpand voor Tiel Utrecht Verzekeringen. Het resultaat is een bijzonder interieur, met opmerkelijke zuilen en lambriseringen (1e verdieping). De vormen, bijvoorbeeld van de monumentale trap, zijn zwierig. De koperen fietsklem bij de entree binnen was bestemd voor het rijwiel van de president van de verzekeringsmaatschappij.
|
|
| |
|
| Muntstraat 2a
Het gebouwencomplex aan Muntstraat 2A omvat ook Kromme Nieuwegracht 20 en 22. De Kromme Nieuwegracht is zeer waarschijnlijk gevormd door een natuurlijke bocht in de Oude Rijn en volgt deels nog de oude bedding. In de middeleeuwen vormde het water de grens van de Pietersimmuniteit rond de Pieterskerk. Het herenhuis op nummer 20 is 17de-eeuw, wat te zien is aan de kleine baksteen, in kruisverband gemetseld. De meeste details zijn in latere eeuwen aangebracht. Behalve woonhuis was het een chic restaurant met balzaal en later een bank. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het in gebruik van de NSB.
|
|
| |
|
| Pieterskerkhof 13a
Het Pieterskerkhof was in de middeleeuwen letterlijk het kerkhof van de Pieterskerk en maakte deel uit van de Immuniteit van Sint Pieter, een afgezonderd deel van de stad waar de geestelijken hun eigen regels hanteerden.
|

|
| |
|
| Trans 10
De panden aan de Trans vormden de immuniteitsgrens van het middeleeuwse kapittel van Oudmunster, bestaand uit kanunniken, die er woonhuizen bouwden met de voorzijde aan de noordkant. In de 17de eeuw werden die gedeeltelijk afgebroken en verbouwd om van de steeg achter de huizen een straat te maken, nu de Trans. De meeste panden kregen toen hun voorgevel aan de zuidkant. Er kwam vanaf dat moment vooral adel in te wonen. In de 18de en 19de eeuw werden opnieuw aanpassingen aangebracht. Het kopgebouw aan de Korte Nieuwstraat (nr. 2) heeft een middeleeuwse kern en een voor de noordelijke Nederlanden vroege renaissancegevel. Ook de andere gevels dragen renaissancekenmerken. Tussen de nummers 10 en 12 bevindt zich een classicistisch poortje uit de 17de eeuw. In nummer 8 is het 17de-eeuwse dubbelportaal gerestaureerd dat toegang gaf tot trap en gang. Nummer 14 is volledig 20ste-eeuws. Veel details binnen zijn art nouveau.
|
|