Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Bacheloropleiding Nederlandse taal en cultuur

Major

Let op: onderstaande informatie is voor studenten die vóór 2013-2014 zijn gestart met de bachelor Nederlandse taal en cultuur. Studenten die zijn gestart in 2013-2014 vinden hun programma op de pagina Cursusaanbod.

Opbouw

De major bestaat uit majorgebonden cursussen en academische contextcursussen. Een majorgebonden cursus heeft direct betrekking op de opleiding. Een academische contextcursus heeft betrekking op de wetenschappelijke en maatschappelijke context van de opleiding. 

Een deel van deze cursussen is verplicht, bij andere cursussen is er sprake van 'verplichte keuze'. Verplichte keuze wil zeggen dat je verplicht bent een aantal cursussen te kiezen uit een vastomlijnd cursusaanbod dat voldoet aan een bepaald aantal ECTS. 

Onderdelen

De major van deze opleiding (135 ECTS) bestaat voor studenten die vóór 2013-2014 zijn gestart bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Majorgebonden cursussen – verplicht (60 ECTS) 
  • Majorgebonden cursussen - verplichte keuze (45 ECTS) 
    Uit het aanbod van majorgebonden keuzecursussen kies je vijf casuscursussen (37,5 ECTS). Daarnaast schrijf je een eindwerkstuk (7,5 ECTS) . Dit werkstuk wordt inhoudelijk gekoppeld aan een casuscursus op niveau 3 uit de major van de opleiding. 
  • Academische contextcursussen - verplicht (15 ECTS)
  • Academische contextcursussen - verplichte keuze (15 ECTS)

>> Bekijk het cursusaanbod (pdf) 

Waar moet je op letten bij het kiezen van cursussen?

Je kunt door de keuzemogelijkheden binnen de categorie ‘verplichte keuze’ voor een groot deel zelf je programma van de major Nederlandse taal en cultuur samenstellen. Daarbij moet je echter wel rekening houden met een aantal randvoorwaarden:

  • Als student Nederlandse taal en cultuur moet je ten minste een casuscursus op drie van de vier deelgebieden (taalkunde, taalbeheersing, historische literatuur en moderne literatuur) behaald hebben. Ter vervanging van een casuscursus kan je een leeslijst doen. Ook kan je een stage doen in plaats van één casuscursus (maximaal 7,5 ECTS). Hiervoor moet wel goedkeuring gevraagd worden aan de examencommissie.
  • Het eindwerkstuk moet aansluiten bij een onderdeel op niveau 3 uit het aanbod van de opleiding Nederlandse taal en cultuur.

Houd binnen beide categorieën cursussen, majorgebonden en academische context, ook rekening met de volgende zaken:

  • Soms hebben cursussen specifieke ingangseisen en moet je eerst bepaalde andere cursussen volgen om aan die ingangseisen te voldoen.
  • Cursussen worden over het algemeen niet elk blok aangeboden maar slechts eenmaal per jaar.
  • Het cursusaanbod en het moment waarop een cursus wordt gegeven, kunnen per jaar variëren.
  • Sommige keuzecursussen alterneren. Dit betekent dat een cursus om het jaar aangeboden wordt.
  • Academische contextcursussen worden vaak aangeboden door een andere opleiding. Dit betekent dat je er rekening mee moet houden dat de roostertijden niet afgestemd zijn met de roosters van de majorcursussen binnen jouw opleiding.
  • Sommige keuzecursussen krijgen in een nieuw studiejaar een nieuwe naam en/of cursuscode. Dit betekent echter in de meeste gevallen niet dat het om een nieuwe cursus gaat met een nieuwe inhoud.  Vaak is er sprake van inhoudelijke overlap met de oude cursus. Dit betekent dat je de cursus met de nieuwe naam en/of cursuscode niet kunt opnemen in je onderwijsprogramma als je de oude al hebt afgerond. Informatie over dit soort aanpassingen in individuele cursussen vind je in de overgangsregelingen van de OER 2013-2014.