Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Nieuws & agenda Geesteswetenschappen
04.05.2012 | Faculteit Geesteswetenschappen

Verslag van workshop ‘Niet alleen voor de geest’ 

Geesteswetenschappers optimistisch over toekomst van hun vakgebied

Van 12 t/m 14 april troffen zo'n 70 geesteswetenschappers van verschillende universiteiten elkaar in Utrecht voor de workshop ‘Niet alleen voor de geest. Perspectieven voor de geesteswetenschappen’. Zij discussieerden over belangwekkende onderwerpen als het ‘nut’ van de geesteswetenschappen, valorisatie, het belang van de geschiedenis, en de relatie tussen de geesteswetenschappen en andere wetenschappen. Een eensluidende constatering was dat ‘economisch nut’ een veel te beperkte maatstaf is om de relevantie van wetenschap aan af te meten.

De workshop vormde de officiële start van het NWO Horizon-programma ‘What can the humanities contribute to our practical self-Horizon-programmaunderstanding?’, gecoördineerd door het Ethiek Instituut (UU) en uitgevoerd samen met de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. In dit programma onderzoekt een groep van 17 geesteswetenschappers de spanning en wisselwerking tussen verschillende perspectieven op de mens, en de vraag welke rol de geesteswetenschappen kunnen spelen om deze perspectieven te integreren. Diverse thema’s uit de workshop worden in de komende jaren verder uitgewerkt in het kader van dit NWO Horizon-programma.

Meer informatie: www.practicalselfunderstanding.org.

Beter begrip van de mens

Met een publieke duo-lezing gaven prof. dr. Frits van Oostrom (UU) en prof. dr. Trudy Dehue (RUG) de aftrap: elk vanuit een eigen invalshoek lieten zij zien dat geesteswetenschappen zeker niet alleen relevant zijn binnen het domein van kunst en cultuur, maar van belang zijn voor een adequaat begrip van de mens als zodanig. Dehue liet bijvoorbeeld zien hoe classificaties in de geneeskunde de maatschappelijke perceptie van ziektes, en de corresponderende therapeutische visies beïnvloeden, en hoe zij bepaalde mensbeelden veronderstellen. Het op deze manier blootleggen van wetenschappelijke en praktische classificaties kan worden gezien als een van de functies van de geesteswetenschappen.

Niet heel anders dan de natuurwetenschappen

Eén van de onderwerpen die in de workshop aan de orde kwamen, was valorisatie. De vraag is niet zozeer of dat belangrijk is, maar eerder hoe geesteswetenschappers valorisatie vorm kunnen geven en welk doel ze ermee willen nastreven. De maatschappij kan van ons verwachten dat wij ons onderzoek toegankelijk maken, maar dat betekent niet dat wij alleen nog maar onderzoek zouden moeten doen dat in één minuut in het journaal valt uit te leggen. Interessant genoeg was het juist prof. Hans Clevers, de nieuwe president van de KNAW, die in de discussie naar voren bracht dat de geesteswetenschappen in dit opzicht niet in een heel andere situatie verkeren dan de natuurwetenschappen. Ook bij de bèta’s moet fundamenteel onderzoek voortdurend worden verdedigd tegen pogingen om het belang van onderzoek tot technologische en economische resultaten te reduceren. Hij pleitte er dan ook voor om deze discussie gezamenlijk aan te gaan.

Onderwijs als belangrijkste vorm van valorisatie

In discussies over kennisvalorisatie wordt vaak vergeten dat onderwijs de belangrijkste en meest ingrijpende manier is waarop geesteswetenschappers hun onderzoek valoriseren, zo betoogde prof. dr. Wijnand Mijnhardt (UU). De klassieke taak van de geesteswetenschappen was sinds de 19e eeuw met name het opleiden van leraren. Leraren droegen bij aan de vorming van zelfredzame en maatschappelijk betrokken burgers door ze basale vaardigheden aan te leren zoals schrijven, argumenteren, en zelfstandig denken. Mijnhardt pleitte ervoor om deze rol opnieuw, en veel nadrukkelijker dan nu gebeurt, te betrekken bij de vraag naar het bestaansrecht van de geesteswetenschappen.

Alfa’s maken geschiedenis

Ronald Plasterk liet zich ooit de uitspraak ontvallen “Alfa’s schrijven de geschiedenis, maar bèta’s maken ze”. De vraag is echter of die twee dingen wel zo scherp van elkaar te onderscheiden zijn. Geschiedschrijvers zijn méér dan hoeders van het erfgoed: zij interpreteren ook feiten en die interpretaties spelen op hun beurt een actief scheppende rol, bijvoorbeeld in het debat over nationale identiteiten. Aan de hand van talrijke voorbeelden maakte prof. dr. Rens Bod (UvA) duidelijk dat de alfa’s in de afgelopen eeuwen minstens zoveel geschiedenis hebben ‘gemaakt’ als de bèta’s. Als men naar de huidige benarde positie van de geesteswetenschappen kijkt zou men het soms vergeten, maar prof. dr. Paul Ziche (UU) herinnerde de aanwezigen eraan dat de geesteswetenschappen nog niet eens zo lang geleden (rond 1900) als voorbeeld voor andere wetenschappen golden.

Toekomstperspectieven

Op vrijdagmiddag debatteerden wetenschappers en enkele decanen Geesteswetenschappen over de vraag: hoe ziet de toekomst van de geesteswetenschappen eruit? Of meer concreet: bestaat er over honderd jaar nog een faculteit geesteswetenschappen? Die vraag beantwoordde prof. dr. Wim van den Doel, decaan in Leiden, met een overtuigd: nee. Hij verwacht dat de wetenschap op langere termijn veeleer aan de hand van thema’s dan van disciplines zal worden georganiseerd. Wiljan van den Akker, decaan in Utrecht, zag daarentegen wel degelijk een rol voor disciplines weggelegd. Ook voor thematisch georiënteerd interdisciplinair onderzoek heb je disciplinair opgeleide wetenschappers nodig, aldus Van den Akker.

In de hele discussie viel in elk geval dit op: uiteindelijk leken maar weinig sprekers in doemscenario’s met betrekking tot de toekomst van de geesteswetenschappen te geloven.

Lees het uitgebreide verslag (pdf) van prof. dr. Marcus Düwell, dr. Annemarie Kalis en dr. Katrien Schaubroeck.