Nieuws & agenda Geesteswetenschappen
01.03.2011 | Faculteit Geesteswetenschappen

 

'Digitale stemadviezen laten steken vallen' 

Digitale stemhulpen als Stemwijzer en Kieskompas worden steeds populairder: kiezers gebruiken ze om hun keus te bepalen zonder dat zij complete partijprogramma’s hoeven door te lezen. Maar komen door de invloed van deze eenvoudige applicaties essentiële aspecten van democratie en politiek niet in het geding? Volgens dr. Joel Anderson en drs. Thomas Fossen (departement Wijsbegeerte, onderzoekinstituut ZENO) hebben de stemhulpen nog veel beperkingen.

Digitale stemhulpenAnderson en Fossen doen onderzoek naar de implicaties van digitale stemhulpen voor ons begrip van politiek, democratie en burgerschap. In een opiniestuk in NRC (25 februari) en NRC Next (28 februari), geschreven samen met dr. Will Tiemeijer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, wijzen ze erop dat de stemhulpen zich baseren op concrete beleidsvoornemens. Bij de provinciale verkiezingen zijn dat bijvoorbeeld kwesties als ‘de aanleg van een nieuwe containerhaven in Zeeland’ of ‘de verbreding van de N33 van Zuidbroek naar Eemshaven’. Met het fenomeen strategisch stemmen of met algemene principes of overtuigingen van een partij houden stemhulpen geen rekening, terwijl die voor veel burgers juist doorslaggevend kunnen zijn bij het bepalen van hun stem. Veel betrouwbaarder zouden de adviezen volgens de onderzoekers zijn als ze zich richten op de vraag of een partij echt bij iemand past. Om dat te bepalen kan beter worden gekeken naar de keuzes die een partij in het verleden heeft gemaakt dan naar beleidsvoornemens waarvan nog maar de vraag is of ze echt uitgevoerd gaan worden.

Competente burgers

Het onderzoek aan de Universiteit Utrecht naar stemhulpen loopt van februari 2011 t/m januari 2012 en wordt gefinancierd door NWO binnen het ‘Omstreden Democratie’-programma. Het project richt zich op twee onderwerpen: het begrip van een ‘competente’ of ‘goede’ burger en principiële vragen rond het verder ontwikkelen van stemhulpen. Een eeuwenoude vraag in discussies over democratie is of burgers wel competent genoeg zijn om belangrijke beslissingen over het landsbestuur te nemen. Volgens sommigen moet het bestuur en de selectie daarvan worden overgelaten aan experts, anderen stellen dat opvoeding en opleiding ervoor kunnen zorgen dat burgers beter in staat worden om beslissingen te nemen. De digitale stemhulpen geven een nieuwe draai aan deze discussie: ontwikkelaars van stemhulpen claimen dat zij ervoor zorgen dat de burger zélf kan besluiten zonder dat er irreële eisen aan zijn competenties worden gesteld. Maar zijn de verwachtingen die stemhulpen zelf stellen aan het adres van burgers reëel? Welke eisen worden aan burgers gesteld en welke overwegingen worden als legitiem gepresenteerd?

Betere stemhulpen

Aan de digitale stemhulpen liggen impliciete veronderstellingen ten grondslag over ‘verstandig’ stemmen, en daarmee ook over wat ‘competent burgerschap’ is (toegespitst op stemmen). Onderdeel van het onderzoeksproject is om deze impliciete veronderstellingen te expliciteren en te bevragen. Vervolgens bekijken de onderzoekers hoe digitale stemhulpen moeten worden aangepast om deze veronderstellingen meer in overeenstemming te brengen met concepties van competent burgerschap die in de literatuur worden onderscheiden. De onderzoekers willen zo een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van verantwoorde en democratie-ondersteunende stemhulpen.

Onderzoekers

Het onderzoek wordt uitgevoerd door drs. Thomas Fossen (departement Wijsbegeerte) en dr. Joel Anderson (departement Wijsbegeerte en het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences), in samenwerking met dr. Wil Tiemeijer (Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid) en prof. dr. Bert van den Brink (departement Wijsbegeerte). Floor Doesburg (MA student Wijsbegeerte) is ook betrokken: zij loopt stage bij de WRR en schrijft een scriptie over het onderwerp.