Nieuws & agenda Geesteswetenschappen
Promotie

Penseelprinsessen & broodschilderessen: vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 

De kunstwereld was in de 19e eeuw, net als in de eeuwen ervoor, een mannenbolwerk. Maar vanaf het begin van de eeuw stond deze wereld ook open voor vrouwen. Het beroep kunstenares was een goede mogelijkheid voor een vrouw om in haar levensonderhoud te voorzien. Dat concludeert Hanna Klarenbeek in haar proefschrift ‘Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913’. Naar aanleiding van haar onderzoek organiseren Paleis Het Loo in Apeldoorn en De Mesdag Collectie in Den Haag een dubbeltentoonstelling.
Dubbeltentoonstelling Penseelprinsessen

In de 19e eeuw beoefenden in Nederland 1100 vrouwen de beeldende kunst. De meesten van hen zijn na hun dood vergeten. Het beeld is ontstaan dat de kunstwereld tamelijk ongunstig tegenover vrouwen stond en dat kunstbeoefening vooral als vrijetijdsbesteding voor welgestelde dames werd aangemoedigd. Een professionele carrière zou slechts voor een enkeling weggelegd zijn. Klarenbeeks studie brengt verandering in dit beeld en besteedt voor het eerst uitvoerig aandacht aan de positie van kunstenaressen gedurende de 19e eeuw.

Voorzien in eigen levensonderhoud

In de loop van de 19e eeuw kwamen vrouwelijke kunstenaars in Nederland, meer dan in de eeuwen daarvoor, op de voorgrond te staan. Zij begonnen hun werk steeds vaker tentoon te stellen en te verkopen. Verder werden zij lid van kunstenaarsverenigingen en vanaf de jaren vijftig gingen de poorten van de academies van beeldende kunsten langzaam voor hen open. Tegen de heersende mening in, dat het ongepast was voor vrouwen uit de betere lagen van de bevolking om hun eigen geld te verdienen, bleek het beroep kunstenares een goede mogelijkheid voor een vrouw om (voor een deel) in haar eigen levensonderhoud of dat van haar familie te voorzien.

Gescheiden kunstonderwijs

Desondanks werden kunstenaressen lange tijd als een bijzonder fenomeen beschouwd en werden ze ook als zodanig behandeld. Zij kregen voor een deel gescheiden kunstonderwijs, aparte lidmaatschappen bij kunstenaarsgenootschappen. Klarenbeek stelt vast dat kunstenaressen en kunstenaars in gescheiden sferen actief waren, die elkaar echter wel overlapten. De positie van kunstenaressen binnen de negentiende-eeuwse kunstwereld ontwikkelde zich geleidelijk van een uitzonderlijkheid tot een reguliere minderheid.

Dubbeltentoonstelling

Naar aanleiding van dit promotieonderzoek wordt de dubbeltentoonstelling Penseelprinsessen georganiseerd. Van 18 februari t/m 27 mei 2012 is op Paleis Het Loo in Apeldoorn Penseelprinsessen I te zien, waarin aandacht wordt besteed aan kunstenaressen rond het hof in de 19e eeuw. In De Mesdag Collectie in Den Haag is van 30 mei t/m 26 augustus 2012 Penseelprinsessen II te bezichtigen. Deze tentoonstelling belicht de vele professionele kunstenaressen van de 19e eeuw. Gezamenlijk exposeren de musea ruim 120 schilderijen, miniaturen, tekeningen en beeldhouwwerken van bekende en onbekende kunstenaressen waarvan een groot deel zelden in museumzalen te zien is geweest.

Meer informatie: www.penseelprinsessen.nl.

Publicatie

Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 verschijnt bij Uitgeverij Thoth, ISBN 978 90 6868 588 6.

Dit proefschrift werd mede mogelijk gemaakt met financiële steun van de Mondriaan Stichting, het SNS REAAL Fonds, de Stichting Pieter Haverkorn van Rijsewijk, de Stichting Harten Fonds, de J.E. Jurriaanse Stichting en de Stichting De Gijselaar-Hintzenfonds.

Datum en tijd: 13/2/2012 14:30
Locatie: Academiegebouw - Domplein 29, Utrecht
 
Promovendus: Hanna Klarenbeek 
Faculteit: Faculteit Geesteswetenschappen
Proefschrift: Penseelprinssen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 
Promotor 1: Prof. dr. R. Ekkart 
Promotor 2: Prof. dr. S.F.M. de Bodt