Geowetenschappen
Promotie

Overheden overschatten de vraag naar bedrijventerreinen 

De afspraken in het ‘Convenant Bedrijventerreinen 2010-2020’ bieden teveel ruimte voor de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Realisatie van de afspraken betekent dat de groei van het areaal bedrijventerreinen tot 2020 sneller zal verlopen dan in de afgelopen tien jaar. Dit is in strijd met de intentie van het convenant dat er juist op is gericht de groei af te remmen.

Uit het onderzoek ‘Uit voorraad leverbaar’ van Han Olden blijkt dat de groei van het areaal bedrijventerreinen het gevolg is van collectief overheidsfalen op alle bestuursniveaus. Als oorzaak noemt het onderzoek, dat is gebaseerd op een analyse van het beleid op nationaal provinciaal en gemeentelijk niveau, de veronderstelling dat de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen leidt tot regionaal economische groei. Dit heeft er toe geleid dat de gemeenten in ons land sinds 1991 gemiddeld vier maal zo veel bouwrijpe grond aanboden, als nodig was geweest om te voorzien in de vraag. Op basis van ramingen die uitgingen van een veel te grote vraag naar bedrijventerreinen hebben het Rijk en de provincies het bouwrijp maken van grond bovendien gestimuleerd in plaats van de gemeentelijke plannen kritisch te toetsen aan de vraag. Het huidige aanbod aan bouwrijpe grond (4.500 hectare buiten de zeehavens) is nog toereikend om tot 2015 in de vraag te voorzien.

Een gezonde marktsituatie is alleen te bereiken door een forse neerwaartse bijstelling van de planningsopgave. Als dit niet gebeurt, zullen provincies en gemeenten de ruimte die het convenant biedt, gebruiken als legitimering voor besluiten over de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen.

Datum en tijd: 11/3/2010 14:30
Locatie: Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht.
 
Promovendus: Han Olden 
Faculteit: Faculteit Geowetenschappen
Proefschrift: 'Uit voorraad leverbaar' 
Promotor 1: Prof. dr. T.J.M. Spit 
Promotor 2: Prof. dr. F.G. van Oort