Microscoop van Antoni van Leeuwenhoek (ca. 1670)

Van Leeuwenhoek
Van Leeuwenhoek heeft microscopie tot een geaccepteerd onderdeel van wetenschappelijk onderzoek gemaakt. Rond 1670 begon Van Leeuwenhoek te werken met een microscoop en in de volgende 50 jaar bestudeerde hij alles wat hij kon verzinnen: water, urine, sperma, bloed, planten, dieren en insecten. Hij ontdekte organismen en structuren waarvan men nooit het bestaan had vermoed: infusiediertjes, bacteriën, bloedcellen, zaadcellen, plantenstructuren etc.
Anders
De Leeuwenhoekmicroscoop lijkt op geen enkele manier op de microscoop zoals wij die kennen. Hij bestaat uit twee metalen plaatjes van een paar centimeter groot, waartussen een minuscuul lensje is geklemd. Verder zit er alleen nog een stelsel van schroeven aan waarop een preparaat kan worden geprikt dat in positie kan worden gebracht voor de lens.
Geblazen lens
Van dit type microscoopje zijn er voor zover bekend nog negen in omloop: drie zilveren en zes van messing. Het Utrechtse exemplaar is in deze serie uniek omdat het als enige een geblazen lens heeft, alle andere hebben geslepen lenzen. Hierdoor is het optisch gezien het beste exemplaar uit de serie: hij vergroot 266x.
Van de overige Leeuwenhoeks zijn er vier in Boerhaave: drie messing en een zilveren, het Deutsches Museum in München heeft een zilveren exemplaar, de stad Antwerpen heeft een messing en twee zijn er nog in particulier bezit .