Collecties van het Universiteitsmuseum

Sputumvanger

Sputumvanger

In de collectie van de Afdeling Diergeneeskunde van het Universiteitsmuseum bevindt zich een aantal sputumvangers. Deze illustreren de georganiseerde bestrijding van de rundertuberculose, die werd opgezet na de constatering dat de mens wel degelijk besmet kan worden door tuberculeuze runderen.

De ontdekking van tuberculine door Robert Koch in 1890 maakte het diagnosticeren van tuberculose mogelijk. De tuberculine werd in het oog van een rund gedruppeld, of intracutaan toegediend. Wanneer een rund reageerde werd het dier onderzocht op open tbc. Zogenaamde 'open lijders' vormden door het uithoesten van de smetstof een gevaar voor andere runderen en voor mensen.

Het onderzoek naar open tbc werd tot 1950 uitgevoerd met behulp van sputumvangers. Sputum is de substantie die bij het hoesten via de mond wordt opgegeven. De sputumvanger is een metalen bekertje aan een lange, flexibele metalen staaf. Het bekertje werd door het rund ingeslikt. Wanneer de neus een tijdje dichtgehouden werd, begon het dier te hoesten. Het opgehoeste sputum werd dan in het bekertje opgevangen en kon onderzocht worden. Omdat met deze methode toch niet alle open lijders gedetermineerd bleken te worden, werden vanaf 1950 alle runderen die reageerden op de test met tuberculine geruimd.

De Provinciale Gezondheidsdiensten voor Dieren vormden de organisatorische basis voor de georganiseerde bestrijding van de rundertuberculose. Hierbij werd gebruik gemaakt van middelen voor massacommunicatie. Een bekend voorbeeld hiervan is de voorlichtingsfilm 'De bonte moet eruit!' uit 1945. In 1956 werd vastgesteld dat de rundertuberculose zo goed als bedwongen was.


Beeld: Afd. Multimedia Diergeneeskunde
Fotograaf: Lisanne van der Voort