Tijdens de fossiele broeikaswereld 53 miljoen jaar geleden kwam de gemiddelde wintertemperatuur op de Noordpool niet onder de 8 graden Celsius. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht, het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek, TNO en de Universiteit van Bremen. De wetenschappers vonden stuifmeelkorrels van palmen in boorkernen uit de Noordelijke IJszee. De palmen groeiden op het land rond de Arctische Oceaan. Ze tolereren onder broeikascondities geen gemiddelde temperaturen onder de 8 graden Celsius. De resultaten verschijnen deze week in het toonaangevende tijdschrift Nature Geoscience.
De resultaten zijn opmerkelijk omdat het op de Noordpool ook 53 miljoen jaar geleden zes maanden per jaar donker was (poolnacht). Hoe deze regio zonder zonlicht zo warm bleef is vooralsnog onbekend. De onderzoekers speculeren dat dit kwam door de aanwezigheid van typen wolken die alleen in een warme wereld in poolgebieden kunnen voorkomen.
Eerder onderzoek
Eerder liet dezelfde groep onderzoekers van de Universiteit Utrecht en NIOZ in diverse Nature- en Science-artikelen al zien dat de fossiele broeikaswereld op de polen onverwacht warm was. Zo publiceerden de onderzoekers op 8 oktober in Nature dat ook de Zuidpool zeer warm was ten tijde van de fossiele broeikaswereld (Klik hier voor het persbericht). Tot nu toe was onbekend hoe warm de winters er toen waren.
Snelle opwarming
De warme fase tussen 60 en 50 miljoen jaar geleden hing samen met een versterkt broeikaseffect met van nature verhoogde CO2-concentraties in de atmosfeer. Bovenop de al warme condities waren er perioden van snelle CO2-stijging en opwarming, vergelijkbaar met de huidige snelheid en opwarming. De onderzoekers laten met deze nieuwe studie zien dat zeewatertemperatuur op de Noordpool tijdens een van deze perioden steeg van 23 naar 27 graden Celsius. Toen konden voor het eerst palmbomen groeien rond de Noordelijke IJszee.
Klimaatverandering in de toekomst
De onderzoeksresultaten kunnen gevolgen hebben voor verwachtingen van de klimaatverandering in de toekomst. “We zien dat in een broeikaswereld, zoals die van 53 miljoen jaar geleden, de polen onverwacht warm waren, vooralsnog warmer dan we met de huidige kennis van klimaat kunnen begrijpen”, licht Appy Sluijs, paleo-klimatoloog aan de Universiteit Utrecht, toe. “Als de huidige opwarming doorzet is het mogelijk dat de opwarming op de polen sterker zal zijn dan tot nu toe wordt verwacht.”
Publicatie
Letter in Nature Geoscience: “Warm and wet conditions in the Arctic region during Eocene Thermal Maximum 2”, door Appy Sluijs, Stefan Schouten, Timme Donders, Petra Schoon, Ursula Röhl, Gert-Jan Reichart, Francesca Sangiorgi, Jung-Hyun Kim, Jaap Sinninghe Damsté en Henk Brinkhuis.
Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en door het Integrated Ocean Drilling Program (IODP).
Meer informatie
Roy Keeris, persvoorlichter Universiteit Utrecht, (030) 253 2411, r.b.keeris@uu.nl.