Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Informatie voor medewerkers
15.12.2011 | Communicatie & Marketing

Aandacht en geld voor uitstekend, passend onderwijs 

Onderwijsmodel 3.0: groeien in kwaliteit

De Universiteit Utrecht verbetert haar onderwijs om onderwijs-topper te blijven en de werkdruk van docenten te verlagen. Dat betekent: investeren in de kwaliteit van docenten, studenten beter begeleiden en bestaande goede afspraken over onderwijs handhaven.

Goed onderwijs vraagt veel inzet van de docenten, die dan ook een grote werkdruk ervaren. Daarom wordt vooral ingezet op investeringen in de carrière van de docent, en op meer betrokkenheid en inzet van studenten, die worden geholpen bij het maken van de juiste studiekeuze.

Daarnaast biedt het Onderwijsmodel 3.0 vooral een intensieve voortzetting van het Onderwijsmodel 1.0 uit 2002. Dat zette in op kleinschaligheid en flexibiliteit, maar lijkt deels ingehaald door de werkelijkheid van toenemende studentenaantallen. Met de herziening zet de universiteit de puntjes op de i. De groei zal zich vooral uiten in kwaliteit, niet zozeer in kwantiteit.

Onderwijsmodel 3.08 miljoen

Voor het invoeren van de vernieuwingen is 8 miljoen euro uitgetrokken voor de periode 2012-2015. Welke financiële  bijdrage van de faculteiten wordt verwacht is op dit moment nog niet bekend.

Meedenken

Velen hebben meegedacht over de inhoud van Onderwijsmodel 3.0. De deelvoorstellen zijn geschreven door groepen met vertegenwoordigers uit vrijwel alle faculteiten, en becommentarieerd door de Onderwijsadviescommissie. Met medewerkers en studenten is gediscussieerd tijdens vier ontbijtsessies en via een digitaal platform. Begin 2012 wordt het model besproken in de Universiteitsraad.

Reputatie

De Universiteit Utrecht heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om de kwaliteit van onderwijs. Ze staat te boek als innovatief en spraakmakend. Veel andere universiteiten namen onderwijsvernieuwingen over, zoals de BKO/SKO (Basis- en Seniorkwalificatie Onderwijs), de academische lerarenopleiding ALPO en het University College. Overigens vraagt de overheid van universiteiten dat zij zich duidelijk profileren, ook met hun onderwijs.

Onderwijsmodel 3.0 in het kort:

1. Vast jaarrooster
Het jaarrooster blijft: 4 blokken van 10 weken. De beginmomenten van de blokken vallen in elk geval samen; het einde van een cursus kan eerder vallen dan na 10 weken. Het universitaire onderwijs begint uiterlijk op 1 september. Faculteiten moeten internationale studenten de mogelijkheid bieden om via early-exit vóór Kerst terug te keren naar huis. In juni 2012 wordt de Richtlijn Onderwijs herzien. Daarin worden dan ook eventuele nieuwe afspraken over een ander jaarrooster vastgelegd.

2. Matching, selectie en begeleiding
Verplichte matching en betere begeleiding van bachelors, van voorlichting tot Bindend Studieadvies, wordt ingevoerd voor studenten vanaf de bachelorvoorlichting voor 2013-2014. Hiermee wordt de topkwaliteit van het onderwijs behouden, uitval voorkomen, een ambitieus studieklimaat geschapen, en de binding tussen student en opleiding versterkt. De selectie voor opleidingen die hun toestroom beperken, blijft. Zie ook eerder artikel over matching.

3. Flexibilisering eerste jaar
Om ervoor te zorgen dat studenten sneller de studie gaan doen die bij hen past, wordt overstappen beter ondersteund. Hierover is in het oorspronkelijke onderwijsmodel afgesproken: geen ‘dichtgetimmerd’ eerste jaar aanbieden, maar een curriculum met vrije profileringsruimte. Concreet worden hierover nu de volgende afspraken gemaakt:

  • Een major wordt modulair en niet lineair geprogrammeerd.
  • Opleidingen wordt dringend geadviseerd ingangseisen voor cursussen te baseren op competenties.
  • Alle in het eerste jaar behaalde studiepunten tellen mee voor het Bindend Studieadvies, ook als de student van opleiding wisselt.
  • Elke major programmeert minstens 1 contextcursus in blok 2 van het eerste jaar, binnen nog vast te stellen domeinen.
  • Decanen definiëren gezamenlijk domeinen of clusters bacheloropleidingen die elkaars context vormen en samen het totale palet aan bacheloropleidingen dekken. 

4. Didactiek en toetsing
Het Onderwijsmodel 1.0 voldoet in grote lijnen nog, maar zit niet voldoende ‘tussen de oren’, constateert de projectgroep Didactiek en toetsing. Het plan is daarom als volgt:

  • Docenten krijgen in het najaar van 2012 een boekje over het Utrechts Onderwijsmodel, met informatie over onderwijskundig onderzoek en goede voorbeelden. De informatie komt ook op een website te staan.
  • De nadruk in het vervolgtraject zal liggen op toetsing en feed-back, gekoppeld aan de lopende experimenten rond digitaal toetsen, met als doel deze te verbeteren en de werklast voor docenten te verminderen. 

5. Honoursprogramma’s
Er komen herkenbare honours colleges in elke faculteit. Studenten hiervoor worden ‘aan de poort’ geselecteerd. Studenten die in het eerste jaar ontdekken meer te kunnen en te willen, kunnen na blok 2 zij-instromen. Kosten voor extra activiteiten die buiten het curriculum vallen, maar wel essentieel zijn voor de honours, worden mogelijk deels gedragen door de student in de vorm van extra collegegeld. 

6. Professionalisering en carrière in het onderwijs
Goed onderwijs wordt beloond en innovaties worden geïnitieerd en ondersteund. Hoe precies wordt nog onderzocht. Er komt mogelijk een onderwijsfonds dat bijvoorbeeld innoverende ideeën van docenten selecteert en de beste financiert. Dit is goed voor de kwaliteit van onderwijs en voor de onderwijscarrière van de docenten. Ook ideeën voor bevordering van excellente docenten worden onderzocht. Uiterlijk juni 2012 volgt een voorstel.