Woonwagenbewoners huren vaak hun standplaats van gemeenten. Het in erfpacht geven van deze standplaats sluit echter onder bepaalde voorwaarden beter aan bij het streven naar onafhankelijkheid van woonwagenbewoners. Bovendien kan de overgang van huur naar erfpacht bijdragen aan een evenwichtiger verhouding tussen gemeenten en woonwagenbewoners. Dit blijkt uit een onderzoek van Renate Vergeer van de Wetenschapswinkel Rechten van de Universiteit Utrecht. Op dinsdag 4 oktober wordt het rapport in Nieuwspoort aangeboden aan Thea Fierens, Tweede-Kamerlid van de PvdA.
Verandering
De juridische positie van woonwagenbewoners is in de laatste 10 jaren erg veranderd. Sinds 1994 valt het huren van woonwagenstandplaatsen onder het algemene huurrecht en de Woonwagenwet is op 1 maart 1999 ingetrokken. Gemeenten in Nederland streven ernaar woonwagenbewoners niet meer als een aparte huisvestingsdoelgroep te beschouwen. Deze nieuwe benadering heeft ertoe geleidt dat sommige gemeenten overwegen woonwagenstandplaatsen niet alleen te verhuren maar ook in erfpacht te geven. In opdracht van het Juridische Adviesbureau van de Stichting Kriminaliteit & Strafrecht heeft Renate Vergeer de verschillen en gelijkenissen en de voor- en nadelen van de rechtspositie van huurder en erfpachter in kaart gebracht. Aan de hand daarvan worden de consequenties van de overgang van huur naar erfpacht duidelijk gemaakt.
Huur of erfpacht?
De voordelen van het huren van een woonwagenstandplaats zijn de relatief beperkte woonlasten, het recht op huursubsidie en een grotere mobiliteit. Daartegenover staat dat de huurder geen volledige zeggenschap heeft over de standplaats. De huurvoorwaarden worden door de verhuurder eenzijdig opgesteld. Wil de huurder de huurovereenkomst overdragen dan moet hij toestemming van de eigenaar van de standplaats hebben. Op dat punt is het in erfpacht nemen van een woonwagenstandplaats voordeliger. Een erfpachter van een woonwagenstandplaats kan deze verkopen of er een hypotheek op laten vestigen. In het algemeen kan de erfpachter de woonwagenstandplaats overdragen aan wie hij wil en deze bijvoorbeeld binnen de familie houden. Anders dan huren biedt erfpacht woonwagenbewoners de mogelijkheid autonoom te blijven. Daartegenover staat dat de erfpachter in grote mate zelf verantwoordelijk is voor de standplaats. Een van de nadelen bij erfpacht is dat de verhoging van de erfpachtrente, anders dan die van de huurprijs, niet aan een sterke overheidsregulering is onderworpen. Dit brengt een zekere financiële onzekerheid met zich mee.
Voorstel
Volgens Vergeer zijn er drie belangrijke voorwaarden waaronder het omzetten van huur naar erfpacht voordelig blijft voor woonwagenbewoners. Allereerst moeten zij de mogelijkheid hebben om de canon eenmalig af te kopen waarbij de afkoop eventueel hypothecair kan worden gefinancierd. Daarnaast moet de erfpacht voor onbepaalde tijd worden uitgegeven. Bijvoorbeeld door af te spreken dat de erfpacht alleen dan wordt opgezegd als de erfpachter zijn verplichting niet nakomt. Ten slotte moet de woonwagenbewoner zijn recht op vergoeding van de aanwezige gebouwen, werken en beplantingen behouden, in het geval dat de erfpacht tot een eind komt.
Overhandiging
Op dinsdag 4 oktober 2005 om 10.00 uur in Nieuwspoort in Den Haag, neemt mevr. Thea Fierens,Tweede Kamerlid van de PvdA, het rapport in ontvangst. Tevens zal de heer Jagersma, hoofd Dienst Stedelijk Ontwikkeling van de gemeente Den Haag, een korte presentatie houden over het gemeentelijke woonwagenbeleid.
Rapport
'Huur of erfpacht bij woonwagenstandplaatsen?' Auteur: R. Vergeer, ISBN 90-5213-133-3, 39 pagina’s, € 10. Te bestellen bij de Wetenschapswinkel Rechten, (030) 253 7025, wewir@law.uu.nl. Samenvattingen en recensie-exemplaren zijn beschikbaar.
De Wetenschapswinkel Rechten heeft als taak een brugfunctie te vervullen tussen Universiteit en Maatschappij. Zij maakt wetenschappelijk juridisch onderzoek toegankelijk voor non-profit organisaties. De Wetenschapswinkel is verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Meer informatie
Johan Vlasblom (030) 253 4073, j.vlasblom@csc.uu.nl of Chantal Mahé, (030) 253 70 10, c.mahe@law.uu.nl