Nieuws en Agenda
27.11.2008 | Faculteit Diergeneeskunde

Oratie nieuwe hoogleraar antimicrobiële resistentie 

‘Antibioticaresistentie bij dieren moet omlaag’ 

Er bestaat een toenemende zorg over de relatie tussen het antibioticumgebruik bij dieren en risico’s voor de mens. Daarom is het belangrijk om het antibioticumgebruik bij dieren fors terug te dringen. Maar dat is niet genoeg, via een uitgebreid onderzoeksprogramma moet meer duidelijkheid komen over die risico’s en hoe die in te perken zijn. Dat stelt Dik Mevius die op 26 november zijn inaugurele rede met de titel ‘Resistentie, een gevoelig onderwerp’ hield bij de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Hij aanvaardde hiermee zijn leerstoel antimicrobiële resistentie. Dik Mevius is eveneens veterinair microbioloog en hoofd van het nationale referentielaboratorium antimicrobiële resistentie bij het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR.

Het gebruik van antibiotica in de Nederlandse humane gezondheidszorg behoort tot de laagste in Europa. In vergelijking met andere landen komt in Nederland bij mensen een geringe mate van antibioticaresistentie voor. In de (intensieve) veehouderij in Nederland worden daarentegen veel antibiotica gebruikt. De mate van resistentie is navenant. In de darmflora van varkens, kippen of kalveren komt het voor dat meer dan 50% van de aanwezige bacteriestammen resistent is tegen een antibioticum. Soms is meer dan 50% multiresistent: de bacteriestammen zijn dan resistent tegen meerdere antibiotica. De resistentieniveaus nemen bovendien toe. Bij deze dieren is een milieu ontstaan waarin dergelijke resistente stammen zich goed thuis voelen.
De darm is de plek waar ook veel voedselpathogenen (Salmonella, Campylobacter), potentieel zoönotische micro-organismen (bijvoorbeeld MRSA) en belangrijke overdraagbare resistentiegenen (bijvoorbeeld ESBLs) voorkomen. Omdat deze via milieu, direct contact of de voedselketen kunnen worden verspreid, bestaat er een toenemende zorg over de relatie tussen het antibioticumgebruik in dieren en risico’s voor de mens.

Zoeken naar verbeteringen

Prof.dr. Dik J. Mevius zal zich met zijn onderzoek bij de faculteit Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht en het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad enerzijds richten op het identificeren van de risicofactoren die de grootste bijdrage leveren aan het voorkomen van resistentie in de intensieve veehouderij. Dit is nodig om gerichte verbetermaatregelen te kunnen voorstellen. Anderzijds zal hij met moleculaire technieken de resistentiegenen karakteriseren alsmede de genetische elementen die betrokken zijn bij koppeling van resistentiegenen en de overdracht tussen bacteriën. Dit is nodig om de relatie tussen resistentie in dieren en de mens te kunnen bevestigen of ontkrachten.

Grote economische belangen

Resistentie bij dieren is een gevoelig onderwerp omdat naast dier- en volksgezondheidsrisico’s ook grote economische belangen een rol spelen. De farmaceutische industrie geeft kortingen aan dierenartsen die meer antibiotica afnemen. Het is voor de veehouder goedkoper dat de dierenarts antibiotica voorschrijft, dan dat de dierenarts het bedrijf intensief begeleidt in het oplossen van de gezondheidsproblemen op het bedrijf. Preventief antibiotica toedienen, is bovendien goedkoper dan het treffen van andere maatregelen om problemen te voorkomen. Naast gericht onderzoek zijn ook andere maatregelen noodzakelijk om in de toekomst antibiotica te kunnen blijven inzetten. LNV heeft voor dat doel een Task Force Antibioticumresistentie Dierhouderij ingesteld die deze maatregelen moet uitwerken.

Meer informatie

Jacqueline van Winden, afdeling Communicatie, faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht, (030) 2534 836, j.j.vanwinden@uu.nl.
B.g.g. Perscommunicatie Universiteit Utrecht, (030) 253 3550, perscommunicatie@uu.nl.